Sociale media

  • NL
Open the menu

Al duizenden kinderen behandeld

In de regio Maradi nemen onze voedingscentra sinds half maart elke week zo'n 1.000 kinderen op. Dat is erg veel als we bedenken dat de piek van zware ondervoeding pas over twee maanden wordt verwacht. Na de crisis van 2005 deden verscheidene hulporganisaties beloften om een soortgelijk scenario te voorkomen, maar ons team ter plaatse maakt zich zorgen over het gebrek aan concrete opvolging van deze beloften. Interview met Emmanuel Drouhin, verantwoordelijke voor de projecten van AZG in Niger.

Hoe is de situatie begin april? Wij behandelen momenteel zo'n 3.400 zwaar ondervoede kinderen. Het aantal nieuwe patiëntjes dat elke week word opgenomen is maar liefst verdubbeld tussen half februari (zo'n 500) en half maart (ongeveer 1.000). Dat is relatief veel. We weten uit ervaring dat het aantal opnames sterk toeneemt tussen juni en oktober, in de maanden die de oogst vooraf gaan, wanneer de voedselreserves van de families op zijn. In het licht van de huidige informatie, de recente geschiedenis en de logistieke beperkingen van de voedselhulp (aankoop, vervoer, enz.), moeten snel beslissingen worden genomen om op tijd te kunnen optreden. Vanzelfsprekend kunnen we niet voorspellen wat de toekomst in petto heeft, maar de verschillende instanties moeten zich wel goed beginnen voor te bereiden. Hebben wij voldoende capaciteit om een verslechtering van de situatie het hoofd te bieden? Naast twee ziekenhuiscentra met elk zo'n 300 bedden in Maradi en Tibéri, beschikt AZG over een tiental mobiele posten in twee departementen - Madarounfa en Guidan Roumdji - in de regio Maradi. Via deze medische posten kunnen wij meer kinderen verplegen, omdat zij de behandeling thuis volgen en maar één keer per week langskomen voor een controlebezoek. Alleen kinderen met medische complicaties of zonder eetlust moeten worden gehospitaliseerd. Een ander voordeel van deze strategie is dat wij onze capaciteit snel aan de situatie kunnen aanpassen door mobiele posten te openen en te sluiten. Dankzij dit reactievermogen worden betere resultaten verkregen. Zo hebben wij in 2005 in de regio Maradi ruim 39.000 kinderen behandeld (meer dan 63.000 in heel Niger), met een genezingspercentage van meer dan 90%, door onze activiteiten in de loop van het jaar te concentreren op de meest kwetsbare departementen. Vorig jaar maakten wij echter de fout dat we niet voldoende vooruit liepen op onze voedselbestellingen, terwijl je toch altijd moet rekenen op twee maanden transporttijd. We hebben ons toen op korte termijn moeten bevoorraden, wat veel duurder is. Dit jaar hebben wij meteen al extra voedsel (verrijkte meel, olie) besteld om de voorraden begin juni gereed te hebben. Wij kunnen dus vrij snel reageren op alle plaatsen waar we aanwezig zijn. Maar dat is slechts in twee departementen in één regio! Wat is er veranderd na 2005, het jaar waarin we ons bewust werden van de omvang van het ondervoedingsprobleem in Niger? De belangrijkste betrokkenen (de Nigerese autoriteiten, de geldschieters, de agentschappen van de Verenigde Naties, de ngo's) hebben besloten het probleem serieus aan te pakken. Er is een nieuw protocol opgesteld en voor 2006 is een ambitieus actieplan opgezet. Hierin is onder andere sprake van de behandeling van 500.000 zwaar ondervoede kinderen en van gerichte voedseldistributies. In theorie betekent dit nieuws een duidelijke vooruitgang in vergelijking met voorgaande jaren. Maar op het terrein zien we nog bar weinig verschil. Onvoldoende financiering, bevoorradingsproblemen voor voedsel of therapeutische producten, gebrekkige organisatie van de distributies ter plaatse,... Voor de huidige problemen met de hulp worden tal van oorzaken aangedragen. Maar begin april is het al te laat voor plannen of verklaringen! De vraag is nu of de andere hulpverleners zichzelf de middelen geven om de ondervoeding aan te pakken, zoals ze beloofd hebben. Wij wachten op het antwoord ter plaatse.