Sociale media

  • NL
Open the menu

Afnemende ondervoedingpercentages in Angola, situatie blijft problematisch

De noodsituatie in Angola, die door AZG voor het eerst op 8 april van dit jaar onder de aandacht werd gebracht, is licht verbeterd ten opzichte van het trieste hoogtepunt. Toch blijven hongersnood, sterftecijfers, gebrekkige toegang tot gezondheidszorg en voedselonzekerheid onaanvaardbaar hoog. AZG behandelt 1.231 kinderen in haar 13 therapeutische voedingscentra (TFC's) en nog eens 10.229 andere in de 21 supplementaire voedingscentra (SFC's) verspreid over het land.

In de zones waar AZG aan het werk is in 12 van de 18 provincies van het land, lijkt de voedselsituatie zich stilaan te stabiliseren. De enige provincies waar AZG geen medische bijstand verleent zijn Namibe, Cunene en Cabinda, Bengela, Cuanza Norte en Luanda. AZG is wel aanwezig in 15 van de Angolese provincies. De opvallendste uitzondering op de verbeterende omstandigheden is Mavinga in het zuidoosten, waar honderden sterfgevallen werden geregistreerd in twee opvangzones voor ex-Unita rebellen en hun families. AZG reageert met supplementaire en therapeutische voedseloperaties. Daarnaast houden de voedselproblemen aan in de provincies Huambo en Huila, waar AZG een algemeen voedselprogramma opzet ten behoeve van 22.600 kindere

Mazelenepidemieën
De rapporten over uitbraken van mazelen bevestigen de ontoereikende vaccinatiedekking in het land. Met de steun van AZG werd in het kader van het Programa Alargado de Vacinacao (PAV) een vaccinatiecampagne opgezet in het district Mussende van de provincie Cuanza Sul, als reactie op verscheidene ernstige gevallen. In de provincie Luanda Sul rapporteerde AZG een epidemie in Saurimo, met 252 gevallen en 16 doden, en reageerde het met een vaccinatiecampagne. In Saurimo werden in totaal 42.000 inwoners gevaccineerd, in Dala 6.000. Ook in de provincie Uige werd in september een vaccinatiecampagne georganiseerd. Er werden 1.321 kinderen gevaccineerd in Bungo. Er zijn rapporten over nog meer kleinere uitbraken, vooral onder mobiele bevolkingsgroepen.
Algemene gezondheidszorgen niet voorhanden
Zorgwekkend blijft dat in het land niet wordt voldaan aan de onmiddellijke gezondheidsbehoeften. Buiten de voormalige veiligheidskordons rond de vroegere provinciehoofdsteden, is slechts weinig verbetering merkbaar in de gezondheidszorg vanwege de overheid. Momenteel is preventieve gezondheidszorg vrijwel onbestaand. Curatieve gezondheidszorg op het basisniveau is hooguit beperkt tot het onregelmatig en ondoeltreffend verstrekken van geneesmiddelen. Doorverwijzing gebeurt niet. De volksbewegingen ontregelen de mechanismen die in het verleden werden opgebouwd. Nu de hongersnood afneemt, treedt het gebrek aan gezondheidszorg opnieuw op het voorplan. De sterftecijfers blijven onaanvaardbaar hoog, zelfs nu de ondervoeding relatief onder controle is. Voorts maakt men zich ook zorgen over de gevolgen van het regenseizoen, dat nu reeds begonnen is in het noorden en dat tegen eind oktober het hele land zal inpalmen.
Voedselverdeling
Hoewel het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) stelt dat het aantal begunstigden is gestegen tot ongeveer 1,9 miljoen inwoners, ondervindt de organisatie moeilijkheden om de regelmatige maandelijks verdelingen uit te voeren. De maandelijkse distributiecyclus neemt nog steeds meer dan een maand in beslag, wat gevolgen heeft voor de voedselveiligheid. Logistieke problemen, waaronder gebrek aan transport, mijnen, slechte wegen en vernielde of beschadigde bruggen blijven de verdeling bemoeilijken. De regen zal al deze problemen nog verergeren en ten vroegste begin volgend jaar zullen grote leveringen of hulp vlotter hun bestemming bereiken. Het laatste grote probleem waarmee het WFP kampte, was de blokkering van goederen in de grote Angolese havens als gevolg van de vertraging in het toekennen van het fiat door de regering. In de drie belangrijkste havens in Luanda, Lobito en Namibe werd meer dan 8.500 ton ruim een maand vastgehouden.