Sociale media

  • NL
Open the menu

“Deze ziekte is nog moeilijker te controleren dan ik dacht”

Vincent Brown is medisch epidemioloog en hoofd van Epicentre, het epidemiologische onderzoekscentrum dat nauw met AZG samenwerkt. Sinds één week werkt hij samen met het AZG-team in Uige, in het noorden van Angola, waar een ernstige epidemie van hemorragische marburgkoorts zich blijft uitbreiden. Een gesprek met de man verantwoordelijk voor de epidemiologische opvolging van deze uiterst besmettelijke ziekte.

Is dit de eerste maal dat u geconfronteerd wordt met een uitbraak van het marburgvirus? Ja, maar de aanpak is dezelfde als voor uitbarstingen van andere gevaarlijke ziektes. We moeten de nodige gegevens verzamelen om de dynamiek van de uitbraak proberen te begrijpen. In dit geval begon ons onderzoek in de stad Uige (het epicentrum van de epidemie). Indien nodig zullen we ons ook richten op nieuwe haarden van besmetting in de regio. Mensen die met besmette personen in contact zijn geweest, moeten worden opgespoord. Enkele teams houden zich met deze specifieke taak bezig. Ik heb het gevoel dat de epidemie momenteel nog steeds uitbreidt. Het is dan ook erg moeilijk om de situatie goed in te schatten enkel op basis van de gevallen die in het ziekenhuis van Uige werden opgenomen. Sommige mensen zijn echt bang om daarheen te gaan, omdat er zoveel doden werden gemeld. De ziekte is zo ernstig dat de vergaarde cijfers tot nu toe bijna enkel overleden personen betreffen. Wat bent u, na een week studie, over deze uitbraak te weten gekomen? Als je de ziekte in levende lijve meemaakt op het terrein, merk je dat ze nog moeilijker te controleren is dan je dacht. De bevolking wordt erg hard getroffen door een ziekte die ze niet kennen. Velen hebben geen enkel idee hoe ze de ziekte kunnen voorkomen. Ze weten niet dat ze kan worden overgedragen door lichaamsvloeistoffen en -afscheidingen van een besmette patiënt. Ze weten niet dat een begrafenis zonder de juiste voorzorgsmaatregelen grote risico’s met zich meebrengt. Dat betekent dat wanneer iemand van de familie ziek wordt of sterft, veel anderen door direct contact besmet kunnen geraken. Is het mogelijk dat de epidemie zich al verspreid heeft over andere gebieden in de provincie Uige? Er zijn enkele gevallen bevestigd buiten de stad Uige. Maar tot nu toe kunnen de meeste zieken blijkbaar direct in verband worden gebracht met Uige. Er is echter maar weinig informatie beschikbaar. Het is dus niet gemakkelijk om een “verspreiding” vast te stellen. Teams van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderzoeken deze gevallen momenteel. De enige gegevens waar we mee van start konden gaan, zijn de medische dossiers van enkele overleden patiënten uit het provinciale ziekenhuis in Uige. Het was niet evident om deze dossiers achteraf te analyseren op de aanwezigheid van marburg. Toch vertoonden veel van de overledenen tekenen van hemorragische koorts. Hoe hebben jullie de gegevensinzameling praktisch georganiseerd? Voorlopig is de situatie te ernstig om de eerdere gevallen te onderzoeken. We beslisten daarom eerst onze aandacht te richten op de nieuwe gevallen in de isolatieafdeling die AZG in het ziekenhuis van Uige heeft geïnstalleerd. Elke dag noteren we de nieuwe opnames en de patiënten die zijn overleden. Elke patiënt die werd opgenomen, werd beschreven aan de hand van een zorgvuldig opgestelde definitie van de ziekte. Afhankelijk van de symptomen, klasseerde het personeel van AZG de patiënt als “verdacht”, “waarschijnlijk” of “bevestigd". Hoe stelden jullie deze definitie op? Op zo’n manier dat alle mogelijke gevallen van marburg er onder vallen. Voordat de ziekte wordt bevestigd, wordt een verdachte patiënt eerst onder observatie geplaatst. Op die manier wordt niemand onnodig besmet. Een team van WHO dat gespecialiseerd is in gelijkaardige hemorragische ziektes, voert dan onderzoeken in het laboratorium uit. Deze uitbraak lijkt veel dodelijker te zijn dan vorige gevallen van marburg. Dat is erg verrassend. We zullen moeten uitzoeken waarom. Misschien lijkt de ziekte voorlopig erg dodelijk te zijn, omdat we enkel meldingen hebben gekregen van zieken in een terminaal stadium, en dan vooral bij jonge kinderen die veel kwetsbaarder zijn. Door de reorganisatie van een isolatieruimte in Uige, kan het AZG-team besmette personen al in een vroeger stadium behandelen. Het sterftecijfer zal dan hopelijk afnemen, hoewel de beschrijving van ieder geval de resultaten ook enigszins beïnvloedt. Mogen we een toename van het aantal nieuwe gevallen verwachten nu er een referentiepunt bestaat (de isolatie-afdeling van AZG in Uige)? Waarschijnlijk wel. Maar we zullen 8 tot 10 dagen moeten wachten voor we een echt effect zullen kunnen zien. De isolatieruimte opende op 1 april en de bevolking vertrouwt de aangeboden verzorging in het hospitaal nog steeds niet helemaal. De mensen zijn nog steeds erg bang om naar het ziekenhuis te gaan. Ook het personeel is bang omdat er ondertussen al 13 van de minder dan 100 personeelsleden overleden zijn. Het medische personeel krijgt een opleiding van AZG en voor het eerst werden enkele patiënten correct behandeld. Isolering is zeker nodig om verdere besmetting van familieleden en buren te voorkomen. Maar deze maatregel wordt niet altijd geaccepteerd door de familie. Deze weerstand of misvatting kan de bron zijn van grote spanningen terwijl we ons werk uivoeren. Toch moet de bevolking op de hoogte worden gebracht van de manieren waarop de ziekte wordt overgedragen. Het is bijvoorbeeld erg belangrijk het lichaam van een overleden persoon niet aan te raken. Alleen als iedereen dit weet, kan er iets veranderen. Op dit ogenblik verwachten we nog steeds nieuwe gevallen door besmetting via contact. We schatten dat enkele honderden personen in contact kunnen zijn geweest met de personen die nu besmet zijn. Er worden strategieën uitgedacht om deze mensen op te sporen. Bent u optimistisch? Weet u, alle vroegere uitbraken doofden uiteindelijk na enkele weken tot een maand uit. We hopen van ganser harte dat de voorzorgsmaatregelen gerespecteerd zullen worden. We hopen eveneens dat slechts een beperkt aantal personen, die in contact zijn geweest met besmette gevallen, de ziekte daadwerkelijk ontwikkelen.