Van ziekenhuis tot gevangenis

In het koninkrijk Bahrein is verwond worden door veiligheidstroepen dezer dagen reden tot arrestatie, en is het leveren van gezondheidszorg genoeg voor een gevangenisstraf. Tijdens de onrusten die het land nu teisteren, worden gezondheidsfaciliteiten in Bahrein voortdurend gebruikt als een hulpmiddel bij het militaire optreden tegen de demonstranten, dat gesteund wordt door de Gulf Cooperation Council. De makke respons van belangrijke bondgenoten buiten de regio, zoals de VS (die sterke banden hebben met Bahrein, waaronder een grote luchtmachtbasis in het land), kan alleen betekenen dat zij aanvaarden dat voorzieningen voor neutrale gezondheidszorg in gevaar komen.

Terwijl regering en aanhangers in Bahrein naar de demonstranten blijven verwijzen als ‘relschoppers’, ‘criminelen’, ‘extremisten’, ‘rebellen’ en ‘terroristen’, is er een woord dat opvallend afwezig blijft voor zij die gewond raken: ‘patiënt’. Artsen Zonder Grenzen trok op 7 april voor het eerst aan de alarmbel. Sindsdien heeft ons team in dorpen over het hele land patiënten opgevangen die afgeranseld of gefolterd waren in de gevangenis, schoolmeisjes die fysiek mishandeld werden en bedreigd met verkrachting, en patiënten die dringend gehospitaliseerd moesten worden maar niet wilden doorverwezen worden omdat ze dan een arrestatie zouden riskeren.

De militarisering van het enige openbare ziekenhuis, Salmaniya, gaat door. Hoewel uit cijfers van het ministerie van volksgezondheid blijkt dat er meer patiënten in het ziekenhuis geraken, staan er aan de ingangen nog steeds gemaskerde soldaten in tanks en controleposten die auto’s doorzoeken en mensen fouilleren. De gewonden vertellen aan Artsen Zonder Grenzen dat ze nog steeds niet naar het ziekenhuis durven te gaan, uit angst om gearresteerd te worden of klappen te krijgen.

Ook artsen en verpleegkundigen worden nog steeds gearresteerd tijdens raids op gezondheidsinstellingen, of ’s nachts op hun huizen. Momenteel worden bijvoorbeeld 47 personen medisch personeel vervolgd door de autoriteiten in Bahrein. Binnen Bahrein is de medische gemeenschap in twee kampen verdeeld. Vele zijn sterk gekant tegen de flagrante militarisering van de medische bijstand, terwijl andere de militaire aanwezigheid in het ziekenhuis en de aanklachten tegen hun collega’s steunen. De impact daarvan op de patiënt wordt echter over het hoofd gezien.

Door het gezondheidssysteem nauwer te betrekken bij de politieke strijd tegen de opstand, blijven de Bahreinse autoriteiten het vertrouwen van de patiënten in de gezondheidsvoorzieningen ondermijnen. De 88 mensen die AZG thuis heeft kunnen bezoeken, lopen het risico gearresteerd te worden als ze zich bij gezondheidsfaciliteiten zouden aanbieden, gewoon omdat ze tijdens protesten door regeringstroepen verwond werden. Sommige van hen moesten naar het ziekenhuis voor een operatie of röntgenfoto’s, maar AZG kan hen niet veilig doorverwijzen.

Ziekenhuizen in Bahrein hebben immers richtlijnen gekregen: elke patiënt die zich aanbiedt met verwondingen die verband lijken te hebben met de huidige onrusten, moeten ze aan de politie melden. In veel landen is bepaald dat verwondingen aan het gerecht moeten worden gemeld, met als enig doel slachtoffers van geweld te helpen en te beschermen. In Bahrein is het vandaag echter zo dat ziekenhuizen worden gebruikt om gewonden te vinden en gevangen te nemen.

Onze medische teams staan dus voor een onmogelijke keuze: ze weten dat patiënten die medische verzorging nodig hebben, het risico lopen om gearresteerd te worden en in de gevangenis terecht te komen, waar hun gezondheid nog verder achteruit gaat. Artsen Zonder Grenzen heeft de gevolgen gezien van geweld tegen en marteling van gevangenen: ijzeren staven, laarzen, tuinslangen en veeprikkers op rug, benen, achterste, geslachtsdelen en voetzolen. AZG heeft ook de zware impact gezien van het psychologische geweld dat arrestanten ondergaan, waaronder extreme angsten als gevolg van seksuele intimidatie en vernedering.

De veilige en neutrale behandeling van gewonden is een basisverplichting van het humanitaire recht. Die zin werd opgenomen in de verplichte bepalingen van gemeenschappelijk artikel 3 in de Verdragen van Genève 1949 en is op elk moment van kracht. Als Staat die Partij is bij die Verdragen, moeten de Bahreinse autoriteiten de bepalingen ervan respecteren en zieken, gewonden en gevangenen beschermen en gezondheidszorg voorzien.

Die gezondheidszorg moet voorzien worden door het kwalitatieve gezondheidssysteem van Bahrein, zonder dat medische dienstverlening vanwege neutrale humanitaire organisaties als AZG daarbij uitgesloten wordt. Hoewel we nu toestemming hebben om gezondheidspersoneel in Bahrein op te leiden om met psychologische trauma’s om te gaan, blijft andere cruciale hulp geblokkeerd. Voor wat betreft onze verzoeken om een doorverwijssysteem op te zetten waarbij AZG gewonde patiënten naar gezondheidsinstellingen kan begeleiden om zeker te zijn dat ze levensreddende zorgen krijgen, zijn er nog steeds niet voldoende veiligheidsgaranties.

De nationale veiligheidsagenda van de Bahreinse autoriteiten mag niet ten koste gaan van de levens en de gezondheid van gewonden, zowel in ziekenhuizen als gevangenissen. Artsen en verpleegkundigen moeten gezondheidszorg kunnen toedienen in lijn met de medische ethiek, zonder angst voor represailles. Maar dat is onmogelijk wanneer gezondheidsinstellingen worden gebruikt als lokaas voor arrestaties en foltering, met de steun van de belangrijkste bondgenoten van Bahrein.