Sociale media

  • NL
Open the menu

Levensgevaarlijke hulp in Afghanistan

De Afghanistan-strategie van de regering Obama wordt nog volop geanalyseerd. Maar intussen wordt vergeten in welke omstandigheden de Afghanen al negen jaar moeten leven. Het is in Afghanistan zo gevaarlijk geworden om aan eender wie hulp te vragen, dat je bijna even goed zonder kan proberen overleven.

Algemeen wordt aangenomen dat alle spelers in Afghanistan ‘humanitair’ zijn. Het Amerikaanse leger, NAVO-bondgenoten, de Afghaanse regering en de gewapende oppositie zetten allemaal hun zogenaamde humanitaire activiteiten in de verf, in de strijd om de hearts and minds van de bevolking te veroveren. Op het eerste gezicht lijkt dat een goede zaak in een omgeving die zo verarmd en instabiel is. Wie honger heeft, maalt er immers niet om van wie hij een zak voedsel krijgt. Maar de oorlog wordt intenser en verspreidt zich over steeds grotere delen van Afghanistan, en de humanitaire behoeften stijgen evenredig mee. Het wordt steeds gevaarlijker voor de Afghanen om hulp te krijgen van militaire partijen of groepen die daar banden mee hebben. In werklijkheid is de nood aan onafhankelijke, neutrale hulpverlening nog nooit zo hoog geweest. De oorlog woedt op dit moment in bijna alle provincies van Afghanistan. Door de intensiteit van het geweld is het erg moeilijk om medische basisdiensten voor de bevolking te organiseren. Het beste dat kan worden bereikt, is het opzetten van levensreddende diensten op strategische plaatsen en zorgen dat patiënten ze kunnen bereiken. Precies daarvoor werd het internationaal humanitair recht in het leven geroepen: om ervoor te zorgen dat er tijdens conflicten toch in levensbelangrijke medische zorgen kan worden voorzien, onafhankelijk van de strijdende partijen. Als zieke of gewonde Afghanen naar een NAVO-ziekenhuizen gaan of hulp krijgen van groepen die volgens de zogenaamde counter insurgency van de NAVO tewerk gaan, riskeren ze vergelding van de oppositie, of dat nu Taliban zijn of andere militante groeperingen. Burgers lopen hetzelfde risico met internationale en Afghaanse troepen als ze bij de oppositie aankloppen voor hulp In Afghanistan betekent hulp zoeken partij kiezen. Het resultaat is tragisch en absurd: mensen zoeken geen hulp, want dat kan hun leven in gevaar brengen. Die vaststelling wordt bevestigd door de ervaringen van patiënten die door Artsen Zonder Grenzen werden geholpen in Lashkar Gah, een stadje in de provincie Helmand. Door intense conflicten in die provincie hebben ongeveer een miljoen mensen geen toegang tot gezondheidszorg. Onlangs vertelde een patiënt in ons ziekenhuis het volgende: “In het hoofdziekenhuis in ons district zijn er nu legerartsen, maar we kunnen er niet heen. Dit is een burgerziekenhuis, daarom komen we hierheen. Ik zie hier geen wapens. Dat betekent dat jullie geen problemen hebben met de oppositie of de buitenlandse troepen.” Een andere patiënt zei dat “niemand naar de NAVO-ziekenhuis gaat, omdat ze dan een doelwit zijn. Het is te gevaarlijk.” In augustus 2009 vielen Afghaanse en NAVO-troepen inderdaad binnen in een ziekenhuis in de provincie Paktika, en een week later deden Amerikaanse troepen hetzelfde in een ziekenhuis in de provincie Wardak. In mei 2009 vernielden gewapende militanten een ziekenhuis in de provincie Khost. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van het misbruik van medische gebouwen die eigenlijk onschendbaar zouden moeten zijn. Vaak wordt gezegd dat het leger niet mag doen alsof het een humanitaire organisatie is die hulp biedt op basis van behoefte, en niet op basis van politieke of militaire doelstellingen. En dat ontwikkelingshulp voor burgers – vaak onder militaire bescherming – uiteindelijk gebaseerd is op strategische natievorming. Maar niemand, en zeker de Afghanen niet, had verwacht dat staten hun eigen strategische belangen zo hard zouden tegenwerken. De burgergemeenschap heeft echter wel de mogelijkheid om onafhankelijk te handelen. Hoewel ngo’s meestal stellen dat hun hulpverlening op humanitaire principes is gebaseerd, is dat in Afghanistan vaak niet zo. Veel ngo’s leiden zogenaamde nation building projecten, op vraag van Afghaanse en Amerikaanse overheidsorganen, zoals USAID. De oppositie twijfelt aan de rechtmatigheid van die inspanningen. Die maken immers deel uit van de bredere strategie van counter insurgency. In feite kiezen de ngo’s dus partij in het conflict. Ondanks de aanwezigheid van honderden ngo’s zijn er dus weinig plaatsen waar Afghanen in alle veiligheid levensbelangrijke hulp kunnen vinden. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. Artsen Zonder Grenzen de ruimte om te werken kunnen vrijmaken door regelmatig, rechtstreeks en op een transparante manier te onderhandelen met alle strijdende partijen, én door financieel volledig onafhankelijk te zijn van Westerse en Afghaanse overheidsmiddelen. Bovendien geldt er een strikt verbod op wapens in onze medische faciliteiten. Dankzij onze onafhankelijkheid en puur op behoeften gebaseerde benadering tot hulpverlening kunnen de operaties zelfs worden uitgebreid naar andere door oorlog verscheurde delen van het land, zoals de provincie Kunduz in het woelige noorden van Afghanistan. Terwijl andere groepen klagen over het gebrek aan “humanitaire ruimte”, zien wij ze ontstaan door vast te houden aan onze onafhankelijkheid en toewijding om de Afghanen, zonder bijbedoelingen, te helpen. Maar de verwarring blijft. USAID en andere Westerse donoren geven vaak ontwikkelingswerk uit handen aan commerciële bedrijven zoals Development Alternatives Inc. of International Relief and Development, om counterinsurgency-projecten op te zetten. Zulke bedrijven opereren als militaire groeperingen, compleet met gewapende en versterkte kampen. Dat is geen voorbeeld van hoe soldaten in hulpverleners veranderen, maar van hoe zogenaamde hulpverleners stilaan een militair uiterlijk krijgen. Als de media naar zulke bedrijven verwijzen als hulpverleners, is dat verwarrend. Deze bedrijven hebben een keuze gemaakt en kunnen noch neutraal, noch onafhankelijk worden genoemd. Nu moeten ngo’s ervoor kiezen om onafhankelijk te werken en humanitaire hulp te verstrekken op basis van de behoeften en enkel de behoeften van de bevolking. Naarmate het conflict intenser wordt en uitbreidt, moet de Afghaanse bevolking essentiële hulp kunnen krijgen, zonder dat ze hun leven op het spel moeten zetten door partij te kiezen. Michiel Hofman werkte twee jaar lang, tot eind 2010, als landverantwoordelijke voor Artsen Zonder Grenzen in Afghanistan. Dit stuk verscheen eerder in het Engels op Foreign Policy.