Sociale media

  • NL
Open the menu

"Ik wil dat mensen mijn verhaal kennen" (Rosa*, 15 jaar, Colombia)

Hij was onze buurman. We maakten gebruik van de zelfde badkamer, die was gemeenschappelijk. Ik was alleen thuis, het was ’s morgens voor ik naar school moest vertrekken. Ik was aan het wassen, hij zag mij en kwam ons huis binnen. Mijn zusje had de televisiekabel kapot gemaakt. Daarom stelde hij me voor bij hem tv te gaan kijken.

"Ik nam een stoel mee en ging zitten. Toen kwam hij naar me toe, greep me bij de arm en wou me op het bed laten zitten. Ik zei dat ik niet op zijn bed wou zitten, omdat dit niet erg beleefd is. Hij drong zo erg aan dat ik uiteindelijk toch op zijn bed ging zitten. Hij sprong boven op me, hield mijn handen vast en ik smeekte: 'Niet doen!'  Ik wou aan niemand vertellen wat er was gebeurd. Maar ik voelde mij ziek en moest voortdurend braken. Ik kon niet tegen de geur van voedsel en zelfs niet tegen de geur van de bloemen op het huwelijk van mijn zus. Mijn oudste zus en mijn moeder besloten toen om me naar de dokter te brengen. Tijdens die consultatie voerde de dokter een test uit en vertelde me dat ik zwanger was. Mijn zus vroeg me: 'Van wie is de baby?' Ik bleef maar herhalen: 'ik weet het niet!'.  Daarna stelde ze mij vragen over de man die naast ons woont, en ik moest onmiddellijk braken. Mijn mama begon te huilen, en ik ook. Daarna deed ik mijn verhaal, ik vertelde hen dat hij me had overmeesterd en me met geweld op het bed had gegooid. Toen ik wist dat ik zwanger was, ging ik er helemaal onderdoor. Die man had me misbruikt en het resultaat was een zwangerschap! Ik was razend op hem en huilde constant. Ik wou de baby niet houden. Ik wou alleen mijn studies tot een goed einde brengen. Moeder worden op 13-jarige leeftijd zou mijn dromen aan diggelen slaan.  Maar toch was het een moeilijke beslissing. Ik wou gewoon niet meer naar buiten gaan. De mensen zouden langs me heen lopen en me vreemd aankijken. Iedereen wist namelijk dat ik verkracht werd. Ik dacht zelfs aan zelfmoord. Na afloop van dit alles begonnen een aantal van mijn vroegere vrienden me 'la abortadora' (abortusmeisje) te noemen. Op school wou niemand naast me komen zitten, en tijdens groepswerken wou niemand me bij hen in het groepje. Zelfs een van mijn leerkrachten had helemaal geen respect meer voor me. Volgens haar was abortus verkeerd. Dat was niet leuk. Het is echt niet fijn als de mensen mij zo veroordelen. Daarom vertrok ik naar een andere school. Ik was een uitstekende leerling. Vandaag ben ik enerzijds gelukkig omdat ik mijn studies kon voltooien. Dat was het allerbelangrijkste voor me.  Maar natuurlijk ben ik ook verdrietig door alles wat ik heb meegemaakt. Ik heb een schattig nichtje en wanneer iedereen haar vasthoudt en lief streelt, dan herinnert mij dat aan de baby die ik nooit heb gehad. Na mijn aanranding is mijn buurman verdwenen. Ik denk dat ik hem ooit eens gezien heb, toen ik op de bus naar school zat, maar ik ben niet zeker of hij het wel was. Hij liep op straat met een vrouw en een baby, dus misschien heeft hij wel een kind. Toen ik hem zag, begon mijn hart wild tekeer te gaan. Ik was zenuwachtig en voelde de woede opnieuw opborrelen. Ik wil Artsen Zonder Grenzen graag danken voor hun steun en hun luisterend oor. Nu voel ik me sterk. Ik wil dat de mensen mijn verhaal kennen." * Fictieve naam

Vijf weken lang geeft Artsen Zonder Grenzen het woord aan slachtoffers van seksueel geweld. De organisatie heeft in verschillende landen projecten lopen om deze mannen, vrouwen en kinderen medisch, mentaal en sociaal te helpen. In maart publiceerde Artsen Zonder Grenzen het rapport 'Gebroken Levens' over wereldwijd seksueel geweld.
> Bezoek de website 'Gebroken Levens'