Sociale media

  • NL
Open the menu

Dodelijke aanvallen van LRA op burgers gaan door

Het Lord’s Resistance Army (Verzetsleger van de Heer, LRA) gaat door met de dodelijke aanvallen, meer dan drie weken na de aanvallen rond kerstperiode op de steden Faradje en Doruma in Hoog-Uele.

De aanvallen zijn gericht tegen de burgerbevolking van de oostelijke provincie Orientale en komen steeds dichter bij Dungu. Niemand lijkt in staat lijkt om deze moorddadige acties een halt toe te roepen. Het team van Artsen Zonder Grenzen dat vanuit Dungu werkt om de aangevallen dorpen hulp te bieden, is bijzonder ongerust. De aanvallen komen steeds dichter bij Dungu, dat op 1 november al eens werd aangevallen. Toen vluchtten mensen uit Dungu en andere plaatsen in het noorden, zoals Duru en Bangadi. Duizenden vluchtelingen liepen langs de aarden weg ten zuiden van het nationaal park van Garamba op zoek naar een schuilplaats. Nu werd op 17 januari werd Tora aangevallen. De dagen daarvoor waren achtereenvolgens de dorpen Sambia, Subani, Akwa en Tomati het slachtoffer. Vandaag ziet het team van Artsen Zonder Grenzen de eerste vluchtelingen uit die gebieden aankomen, te voet.

Onzekerheid hindert hulpverlening
“Het is voor steeds moeilijker om ter plaatse de toestand van de vluchtelingen te evalueren, om mobiele hulpposten op te zetten en gewonden eventueel over te brengen naar het ziekenhuis van Dungu,” legt Charles Gaudry, terreinverantwoordelijke van Artsen Zonder Grenzen uit. “De veiligheidssituatie is zeer zorgwekkend.” Deze onzekerheid is één van de belangrijkste hindernissen voor hulpverlening. Zelfs verplaatsingen per vliegtuig kunnen gevaarlijk zijn, want niemand weet wat er kan gebeuren in de kleine dorpen waar de teams van Artsen Zonder Grenzen landen. De bewegingen van het LRA zijn onvoorspelbaar. De teams kunnen daarom maar enkele uren ter plaatse blijven. Ze hebben net de tijd om snel de toestand van de patiënten in de gezondheidscentra te bekijken, gezondheidscentra die vaak geplunderd zijn. Op dit moment moet Artsen Zonder Grenzen, als één van de weinige organisaties die in het gebied werkt, erkennen dat het heel moeilijk is om te weten wat er precies gebeurt. Een ploeg van Human Right Watch doet onderzoek ter plaatse. Dat onderzoek bevestigt de eerdere schattingen: meer dan 600 mannen, vrouwen en kinderen zijn gedood en meer dan 500 jongeren zijn ontvoerd rond de kerstperiode. Het aantal gewonden is zeer beperkt.
Bevolking heeft bescherming nodig
Het lage aantal gewonden werd al vastgesteld door de ploeg van Artsen Zonder Grenzen die Faradje en Doruma meteen na de aanvallen bezocht. “Het is duidelijk bedoeling van het LRA om te doden,” zei dr. Matthieu Bichet, dokter voor Artsen Zonder Grenzen, meteen na zijn terugkeer van Faradje, Doruma en Bangadi. “De enige gewonden die we konden verzorgen, waren voor dood achtergelaten. Dat heeft hen gered.” Voor Artsen Zonder Grenzen is de humanitair situatie in Hoog-Uele een noodgeval. “We versterken onze ploegen om meteen na de aanvallen beter te kunnen reageren,” zegt Marc Poncin, die in Genève verantwoordelijk is voor het project. “We moeten erkennen dat het in zo’n situatie erg moeilijk is om actie te ondernemen voor de bevolking. Die heeft niet enkel veel medische hulp nodig, maar vooral veel bescherming. Vandaag is zelfs de veiligheid van ons medisch personeel, nationaal of internationaal, onzeker.” Artsen Zonder Grenzen herinnert zich hoe op de ochtend van 1 november bij  de aanval op Dungu, de VN-troepen van MONUC, met een contingent van honderden mannen, in haar kazernes bleef en de verdediging overliet aan de ‘auto-défenses’ en het Congolees regeringsleger. De bevolking kreeg beschamend weinig bescherming tegen de zelfverzekerde en gewelddadige aanvallers.