“Ik sprak met een gezin dat al voor de zevende keer moest vluchten”

Sinds de Syrische regering haar offensief in de provincie Idlib heeft ingezet, zijn meer dan 875.000 mensen hun huizen ontvlucht. De bombardementen en het mortiervuur sparen niks of niemand: huizen, ontheemdenkampen en zelfs scholen worden allemaal getroffen. Overal vormen zich files van mensen op zoek naar veiligheid, sommigen enkel met de kleren die ze aan hebben. Voor sommige gezinnen is dit de derde, vierde of vijfde keer dat zij op de vlucht moeten.

Overal in de provincie Idlib vormen zich files van volgeladen camions of auto's met mensen op de vlucht voor de bombardementen
Overal in de provincie Idlib vormen zich files van volgeladen camions of auto's met mensen op de vlucht voor de bombardementen. © AZG, februari 2020.

Het dorp Takad, ten westen van Aleppo, was tot nu relatief veilig. Dokter Mustafa Ajaj woont al drie jaar in Takad, samen met zijn vrouw en hun kinderen, en runt er een centrum voor primaire zorg. Volgens hem is de populatie van het dorp in enkele weken bijna verdubbeld. De straten van Takad en de omliggende heuvels staan vol met tenten, omdat er gewoonweg niet genoeg ruimte is om alle ontheemden in de huizen van de mensen op te vangen.

Maar de bombardementen komen ook hier dichterbij en de eerste mensen beginnen Takad te verlaten. Volgens Ajaj zijn de bombardementen in de gebieden rond Takad vorige week begonnen. De steden Atarib, Al-Fouk, Kafr Amma, Urem en Kafr Halab werden allemaal aangevallen. Ajaj vreest dat Takad binnenkort aan de beurt is en dat hij en zijn familie ook zullen moeten vluchten.

God beware ons als ook wij worden gebombardeerd

"De meeste mensen slapen in een tent of zelfs in open lucht. Het is triest. Velen zijn vertrokken met enkel de kleren aan hun lijf. Vandaag viel er lichte sneeuw. Deze morgen was het 5 graden onder nul. De mensen zijn bang. Wie vlucht er nu, zonder iets, in de regen en de sneeuw, tenzij ze alles kwijt zijn?
De bombardementen komen dichter. De gebieden in het zuiden van Takad worden nu bestookt. Hier was het altijd relatief veilig, dus heel veel mensen vluchtten hierheen. Als wij straks ook zouden gebombardeerd worden, God beware ons, zullen ook wij moeten vluchten.
Gisteren heb ik een gezin ontmoet dat al voor de zevende keer was moeten vluchten. Eerst van Aleppo naar Idlib, en dan van het ene dorp naar het andere, steeds opnieuw op zoek naar veiligheid. En nu waren ze dus hier, in Takad. Ze waren bang. Ze zeiden dat ze moe waren van het vluchten en dat ze niet in Takad wilden blijven.
Het aantal ontheemden is gewoon enorm. Gisteren ben ik naar Atmeh gereden, op 35 km van hier. Ik deed er vijf uur over om er te geraken en nog eens vijf om terug te keren. Overal staan staan files van mensen op de vlucht.
Tot nu toe heb ik er nog niet aan gedacht om Takad te verlaten. Als dokter ben ik hier om de sterke mensen te ondersteunen die besloten hebben om te blijven. Zelf ben ik sinds de oorlog ook al drie keer moeten vluchten. We zijn eraan gewend geraakt. Ik heb 5 kinderen: 3 jongens en 2 meisjes. Ze hebben me niet gevraagd om te vluchten. Ze willen blijven. Ze zijn sterker dan ik.
Normaal gaan ze naar school, maar sinds een week zijn de scholen gesloten uit angst getroffen te woorden. Meerdere scholen werden al geraakt in de luchtaanvallen.”

Slechts een paar uur nadat we dokter Ajaj spraken, is hij met zijn gezin toch moeten vluchten naar het huis van zijn schoonouders, iets verderop. Een paar dagen later spraken we hem opnieuw.

"Het bombardement op Takad begon donderdagavond (13 februari). Alleen wie geen vervoer kon vinden, bleef nog achter. Ik ben momenteel op zoek naar een veilige plek waar ik mijn medisch werk kan hervatten. Voor de mensen van Takad hebben we medische basisbenodigdheden achtergelaten. Het is echt moeilijk nu.”