Middellandse Zee

In 2019, terwijl de toestand in Libië almaar verslechterde, is Artsen Zonder Grenzen opnieuw begonnen met het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties. In samenwerking met SOS MEDITERRANEE hebben we daarvoor een nieuw schip ingezet, de Ocean Viking.

Duizenden migranten en vluchtelingen zitten vast in het door oorlog verscheurde Libië. Ze kunnen alleen ontsnappen door de Middellandse Zee over te steken, een levensgevaarlijke reis. Zonder doelgerichte zoek- en reddingsacties om hen op volle zee uit hun niet-zeewaardige, overbeladen boten te redden zouden hun wanhopige pogingen nog vaker noodlottig aflopen.

Niemand weet hoeveel mannen, vrouwen en kinderen de voorbije jaren het leven hebben gelaten terwijl ze de overtocht probeerden te maken. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er in 2019 voor de Libische kust minstens 743 mensen verdronken. In een interview met het Duitse nieuwsmagazine Der Spiegel verklaarde een officiële vertegenwoordiger van de Libische kustwacht dat mogelijks de helft van de boten die uit Libië vertrokken is gezonken, zonder dat dat is opgemerkt en zonder dat één van de opvarenden het heeft overleefd.

Omdat de EU-lidstaten hun verantwoordelijkheid niet hebben genomen en geen pogingen ondernamen om in de Middellandse Zee mensenlevens te redden besloot Artsen Zonder Grenzen in juli 2019 om zelf weer zoek- en reddingsacties op te zetten, zeven maanden nadat ons vorige gemeenschappelijke schip, de Aquarius, gedwongen was de reddingsacties te staken.

Tegen eind december had de Ocean Viking 1.107 mensen uit piepkleine bootjes gered. Omdat er nog altijd geen gecoördineerde actie op zee is en er ook geen geschikte ontschepingsmechanismen bestaan, werd het lijden van de overlevenden nodeloos gerekt. Die geredde drenkelingen kregen allemaal toegang tot veilige havens in Italië of Malta, zoals in het internationaal en het maritiem recht is vastgelegd, maar vaak moesten ze veel langer dan noodzakelijk aan boord blijven, wachtend tot de autoriteiten een veilige ontschepingsplaats aanwezen. In augustus moesten 356 kwetsbare mensen 14 dagen lang aan boord wachten voordat ze toestemming kregen het schip te verlaten.

De mensen die we hebben gered kwamen uit Afrika – onder andere uit Soedan, Libië, Somalië, Eritrea, Nigeria en Ethiopië – maar ook uit Bangladesh, Jemen, Syrië en andere landen in Azië en het Midden-Oosten. In Libië waren ze stuk voor stuk het slachtoffer geworden van gruwelijk geweld en raakten ze verstrikt in een vicieuze cirkel van opsluiting en misbruik. Velen hadden de oversteek al meerdere keren proberen te maken.

In de kliniek aan boord van de Ocean Viking heeft het medische team van Artsen Zonder Grenzen patiënten behandeld voor onderkoeling, uitdroging en zeeziekte. Veel patiënten vertoonden ook brandwonden, veroorzaakt door de lange blootstelling aan brandstof en zeewater op de bodem van de rubberbootjes, en huidinfecties als gevolg van de abominabele hygiënische omstandigheden op de plaatsen waar ze gevangen werden gehouden. Onze teams hebben de uiterlijke wonden gehecht en geprobeerd troost te bieden voor de innerlijke wonden.

Omdat de veiligheidssituatie in Libië verslechterde, zijn mensen ook tijdens de winter de oversteek blijven maken, ook al is het in dat seizoen nog gevaarlijker. De Europese regeringen wisten welke gevaren de migranten en vluchtelingen in Libië liepen en erkenden dat ook, maar toch bleven ze de Libische kustwacht steunen. In 2019 bracht de kustwacht meer dan 9.000 kwetsbare mensen terug naar Libië, naar diezelfde ellendige omstandigheden die ze hadden proberen te ontvluchten. Op basis van wat onze teams met eigen ogen hebben gezien is Artsen Zonder Grenzen erop blijven hameren dat het beleid van onderschepping en detentie een onvoorstelbaar hoge menselijke tol eist en we vragen dan ook om een meer humane aanpak.

Een medewerker getuigt

Luca is een dokter van Artsen Zonder Grenzen en werkt aan boord van de Ocean Viking. In oktober 2019 vertelde hij:
‘Ik heb slachtoffers van seksueel geweld gezien en mensen behandeld die in elkaar geslagen zijn, elektrische schokken hebben gekregen en gefolterd zijn – onder andere met gesmolten plastic – en mensen die oorlogswonden vertoonden. Een derde van mijn patiënten zijn kinderen onder 18 jaar.’

Een patiënt getuigt

Emanual werd samen met zijn vrouw en baby in november gered.
‘Ik was bang voor mezelf en mijn gezin. Het is niet makkelijk om je gezin mee te nemen op zo’n gevaarlijke reis. Maar we hadden geen keus. We moesten weg uit Libië. We konden het niet langer aan om te worden gefolterd en als slaven te worden behandeld. We willen vrij zijn.’