Open the menu

Sociale media

Alsof ik opnieuw kan ademhalen.

Ahmed (niet zijn echte naam) komt oorspronkelijk uit Syrië. Hij was één van de eerste patiënten in een AZG-centrum voor slachtoffers van foltering, in een stad in het Midden-Oosten. Hij vertelt hoe zijn behandeling een verschil maakte, niet alleen voor hem, maar ook voor zijn familie.

“Ik kom nu bijna een jaar naar dit centrum. Daarvóór wilde ik niet dat mensen wisten dat ik beschadigd was, of dat ik had geleden in de gevangenis. Ik vroeg raad aan een vriend. Hij zei dat private ziekenhuizen heel duur waren, en stuurde me naar dit centrum. Toen ik werd opgeroepen voor een afspraak, wist ik niet of ik wel zou gaan. Mij is geleerd om anderen te helpen en het idee om mezelf te helpen voelde vreemd aan. Ik wou niets wegnemen van iemand. En ik twijfelde ook omdat ik niet honderd procent zeker was over hoe het zou gaan in het centrum.

Uiteindelijk besloot ik te gaan. Mijn vrouw vond het een goed idee dat ik een stap voorwaarts zou proberen zetten. Mijn eerste gesprek was met een arts. Ze hielp me echt om voor mezelf te spreken en woorden te vinden. Na de vierde of vijfde sessie voelde ik me op mijn gemak met iedereen van het centrum. Ik was ook begonnen met een aantekenboek over mijn ervaringen.
Mijn omgeving vraagt me altijd of ik ziek ben, of ik pijn heb, wat er mis is. Mijn aandoeningen liggen medisch gesproken erg gevoelig. Toen ik voor het eerste naar het centrum kwam, zat ik op het diepste punt. Maar na een maand merkte ik een verschil op bij mezelf. Ik lees mijn aantekeningen opnieuw en ik zie dat het elke week wat beter gaat.

Mijn familieleven is ook veranderd. We voelen terug iets van hoop. De mensen van het centrum hebben mijn leven in iets nieuws veranderd. Als ik hier binnenstap, voel ik me thuis, ik voel me deel van een familie. Ook medisch is er veel veranderd. Toen ik voor het eerst kwam, kon ik mijn linkerhand niet bewegen. Ik kon niet langer dan tien minuten op een stoel zitten. Ik kon niet vrij bewegen. Nu kan ik beter stappen, ik kan mijn handen bewegen. Ik werkte in de import-export. Een leverancier vroeg me waarom ik alleen mijn rechterhand gebruikte. Maar na vijf maanden kon ik haar een papier geven met beide handen, en zeggen: kijk, ik ben niet ziek.

Ik had ook problemen met de urinewegen. Daardoor kon ik niet goed slapen. Om de tien minuten moest ik naar het toilet. Het was heel moeilijk om normaal te leven. Ik voelde me altijd gestresseerd of moe. Nadat ik medicatie begon te nemen, kon ik beter slapen. Ik kon vijf uur slapen en voelde me veel energieker ’s ochtends.

Psychologisch heb ik heel zware dingen meegemaakt. Ik heb die nooit gedeeld met iemand, zelfs niet met mijn vrouw. Maar in het centrum kon ik erover spreken. En vandaag voel ik me opgelucht.

Mijn ervaring hier heeft me naar een nieuwe plaats gebracht. Het heeft mijn familie hoop geschonken. Op het einde van mijn aantekenboek schreef ik: ‘Het voelt alsof ik opnieuw kan ademen’.”