Tijdens de eerste weken van de uitbraak in Nia-Nia bereikten minder patiënten het behandelcentrum dan het aantal bevestigde overlijdens dat binnen de gemeenschap werd gemeld. Veel mensen bleven thuis in plaats van medische hulp te zoeken.
Intussen zijn er tekenen dat dit aan het veranderen is. Meer mensen bereiken het behandelcentrum terwijl ze nog in leven zijn, waardoor ze de kans krijgen om vroegtijdig ondersteunende zorg te krijgen.
“Drie weken geleden begonnen we patiënten op te nemen, terwijl we voordien vooral meldingen kregen van mensen die binnen de gemeenschap waren overleden. Dat is een belangrijke verandering, want het betekent dat mensen sneller naar het behandelcentrum komen wanneer ze symptomen krijgen”, zegt Miriam Alia.
Vanaf het begin stootte de respons in Nia-Nia op sterke weerstand. Geruchten en desinformatie wakkerden de angst bij de bevolking verder aan. Zo werd onder meer beweerd dat ebola niet bestond of dat medisch personeel de ziekte naar de gemeenschappen bracht. Zorgverleners werden bedreigd en op 30 juni werd een eerder behandelcentrum in de regio aangevallen en vernield.
“Ik geloofde niet dat ebola bestond. Maar toen ik getest werd en ontdekte dat ik ebola had, begreep ik dat de ziekte wel degelijk bestaat. Toch blijven mensen zeggen dat ebola niet echt is. In mijn buurt en bij mensen thuis hoorde ik dat voortdurend”, zegt Maurice, een herstelde ebolapatiënt die door AZG in Kisangani werd behandeld.
AZG-teams werken samen met gemeenschapsleiders, zorgverleners en andere lokale betrokkenen om beter te begrijpen welke bezorgdheden er leven, desinformatie tegen te gaan en het vertrouwen in de respons te vergroten.
“Tijdens ebola-uitbraken hadden we het vroeger over twee epidemieën: de epidemie zelf en de epidemie van angst. Nu is er een derde bijgekomen: de epidemie van desinformatie”, zegt Miriam Alia.