AZG opent nieuwe ebolacentra in de Democratische Republiek Congo

Reading time: minutes
 

In het noordoosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) breidt Artsen Zonder Grenzen (AZG) haar respons op de ebola-uitbraak verder uit. De uitbraak heeft zich verspreid van het afgelegen Nia-Nia in de provincie Ituri naar Kisangani, de drukke hoofdstad van de naburige provincie Tshopo.

In Kisangani beheert AZG sinds eind juni samen met het ministerie van Volksgezondheid het ebolabehandelcentrum in het Hôpital du Cinquantenaire. In de eerste week van september werden de patiënten overgebracht naar een nieuw behandelcentrum met 22 bedden, dat door AZG werd gebouwd en wordt beheerd. Daarmee wordt de behandelcapaciteit in Kisangani uitgebreid.

In Nia-Nia werken AZG-teams sinds begin augustus samen met het ministerie van Volksgezondheid in het ebolabehandelcentrum van het lokale ziekenhuis. Deze week opende AZG naast het ziekenhuis een nieuw behandelcentrum met 50 bedden, waardoor meer mensen in de regio toegang krijgen tot ebolazorg.

De twee locaties zijn nauw met elkaar verbonden. Nia-Nia ligt in een gebied waar veel mensen en goederen zich verplaatsen tussen de provincies Ituri, Tshopo en Haut-Uele. Sinds de eerste besmettingen er werden vastgesteld, zijn mensen die in Nia-Nia besmet raakten of een link met de plaats hadden naar andere gebieden gereisd, waaronder Kisangani. Van de 14 positieve gevallen die daar op 1 september waren geregistreerd, hadden er 13 een epidemiologische link met Nia-Nia.

ebola congo

Hulp bieden waar de uitbraak zich verspreidt

Nia-Nia is uitgegroeid tot een belangrijk epicentrum van de uitbraak in het zuiden van Ituri. Eind juni werden er de eerste gevallen vastgesteld, maar de respons wordt er bemoeilijkt door verschillende factoren, waaronder beperkte toegang tot gezondheidszorg, tekortkomingen op het vlak van infectiepreventie en -bestrijding en angst en desinformatie binnen de gemeenschap.

AZG-teams gingen begin augustus aan de slag in Nia-Nia. Op 1 september had het ebolabehandelcentrum er 85 mensen opgenomen met symptomen die overeenkomen met ebola. Bij 59 van hen werd ebola bevestigd. Vijftien patiënten overleden.

Deze week opende AZG naast de bestaande faciliteit een nieuw ebolabehandelcentrum met 50 bedden: 16 voor vermoedelijke gevallen en 34 voor bevestigde gevallen. Het nieuwe centrum is zo ingericht dat patiënten veiliger en doeltreffender kunnen worden verzorgd, met de nodige protocollen en bioveiligheidsmaatregelen om mensen met ebola te behandelen.

“In een ebolabehandelcentrum kunnen we individuele patiënten verzorgen, maar een epidemie stop je met behulp van de gemeenschap”, legt Miriam Alia, medisch coördinator bij AZG, uit.

Wanneer angst mensen ervan weerhoudt om hulp te zoeken

ebolarespons in DRC

Tijdens de eerste weken van de uitbraak in Nia-Nia bereikten minder patiënten het behandelcentrum dan het aantal bevestigde overlijdens dat binnen de gemeenschap werd gemeld. Veel mensen bleven thuis in plaats van medische hulp te zoeken.

Intussen zijn er tekenen dat dit aan het veranderen is. Meer mensen bereiken het behandelcentrum terwijl ze nog in leven zijn, waardoor ze de kans krijgen om vroegtijdig ondersteunende zorg te krijgen.

“Drie weken geleden begonnen we patiënten op te nemen, terwijl we voordien vooral meldingen kregen van mensen die binnen de gemeenschap waren overleden. Dat is een belangrijke verandering, want het betekent dat mensen sneller naar het behandelcentrum komen wanneer ze symptomen krijgen”, zegt Miriam Alia.

Vanaf het begin stootte de respons in Nia-Nia op sterke weerstand. Geruchten en desinformatie wakkerden de angst bij de bevolking verder aan. Zo werd onder meer beweerd dat ebola niet bestond of dat medisch personeel de ziekte naar de gemeenschappen bracht. Zorgverleners werden bedreigd en op 30 juni werd een eerder behandelcentrum in de regio aangevallen en vernield.

“Ik geloofde niet dat ebola bestond. Maar toen ik getest werd en ontdekte dat ik ebola had, begreep ik dat de ziekte wel degelijk bestaat. Toch blijven mensen zeggen dat ebola niet echt is. In mijn buurt en bij mensen thuis hoorde ik dat voortdurend”, zegt Maurice, een herstelde ebolapatiënt die door AZG in Kisangani werd behandeld.

AZG-teams werken samen met gemeenschapsleiders, zorgverleners en andere lokale betrokkenen om beter te begrijpen welke bezorgdheden er leven, desinformatie tegen te gaan en het vertrouwen in de respons te vergroten.

“Tijdens ebola-uitbraken hadden we het vroeger over twee epidemieën: de epidemie zelf en de epidemie van angst. Nu is er een derde bijgekomen: de epidemie van desinformatie”, zegt Miriam Alia.

Van Nia-Nia naar Kisangani

De link tussen Nia-Nia en Kisangani toont aan hoe belangrijk het is om de uitbraak ook in moeilijk bereikbare gebieden in te dammen.

“De afgelopen maand raakten nog twee mensen in Kisangani besmet nadat ze in contact waren gekomen met het lichaam van een overleden persoon dat vanuit Nia-Nia naar de stad was gebracht”, zegt Amy Low, medisch projectverantwoordelijke van AZG in Kisangani.

Ook de afgelopen week stierven drie patiënten met een epidemiologische link met Nia-Nia in het door AZG ondersteunde ebolabehandelcentrum in Kisangani.

AZG breidt daarom haar capaciteit uit op beide locaties die door de verspreiding van de uitbraak met elkaar verbonden zijn.

Maar behandelcentra alleen kunnen ebola niet stoppen. Epidemiologische surveillance, testen, contactopsporing, infectiepreventie en -bestrijding, snelle isolatie, behandeling en betrokkenheid van de lokale gemeenschappen moeten hand in hand gaan om de overdracht van het virus terug te dringen en ervoor te zorgen dat gemeenschappen in gebieden zoals Nia-Nia niet uit de boot vallen.