Het is moeilijk onder woorden te brengen wat ebola werkelijk betekent. Wat ik wel weet, is dat het veel meer is dan een virus.
Het is de angst in de ogen van iemand die ziek is. Het is de afstand die plots noodzakelijk wordt, zelfs tussen een moeder en haar kind. Het is een familie die haar dierbaren niet meer kan omhelzen. Het is een telefoongesprek dat je voert terwijl je weet dat het misschien het laatste zal zijn.
Jean Louis was 64 jaar. Hij was leerkracht en had een prachtige familie.
Eerst stierf zijn vrouw. Daarna besmette het virus hem en hun twee dochters. Toen volgden de dagen van ziekte: diarree, extreme zwakte, een lichaam dat het langzaam begaf en uiteindelijk bloedingen. Jean Louis besefte op dat moment dat hij zou sterven.
Hij vroeg of zijn telefoon opgeladen kon worden. Hij wilde afscheid nemen van zijn familie, zijn zaken regelen en dingen uitspreken waarvan hij nooit gedacht had dat hij ze zo snel zou moeten zeggen.
Daarna belde hij zijn kleindochters. Ook zij hadden positief getest en verbleven in de kamer naast hem.
Hij nam afscheid. Enkele uren later stierf hij.
Een paar dagen later overleed ook zijn jongste dochter.
Ze was amper twintig jaar oud. Twintig jaar.
Een leeftijd waarop het leven zou moeten draaien om dromen, verliefd worden en plannen maken voor de toekomst.
Ebola treft ongeveer de helft van de mensen die besmet raken. Vooral jongeren, ouderen en zwangere vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar.
Wanneer je een jong meisje ziet sterven, ineenzakkend op de grond, verdwijnen alle statistieken.
Dat gebeurde enkele dagen geleden. Ze was jong. Veel te jong.
Op dat moment waren er geen percentages meer. Geen cijfers, grafieken of persberichten.
Alleen een leven dat ten einde kwam.