DR Congo: “Dat kleine roze doodskistje blijft me achtervolgen”

Leestijd: Minuten
 

Onlangs viel mijn oog, terwijl we onderweg waren, op een klein roze doodskistje. Hier zie je langs de weg vaak doodskisten staan, netjes naast elkaar uitgestald, in alle kleuren en maten. Groot, klein, sober of kleurrijk. Klaar om verkocht te worden. 

Het was zo klein dat het bijna op speelgoed leek. Ik dacht meteen dat er vroeg of laat een kind in zou komen te liggen. Sindsdien krijg ik dat kleine roze doodskistje niet meer uit mijn hoofd. 

- Martina Marchiò, verpleegkundige voor Artsen Zonder Grenzen

Geen cijfers, maar mensen

Medewerkers van AZG dragen een doodskist naar buiten

Het is ondertussen meer dan drie maanden geleden dat de ebola-uitbraak werd uitgeroepen in de Democratische Republiek Congo. Meer dan 6.000 bevestigde besmettingen. Meer dan 3.000 doden. 

Zo op papier lijken dat bijna onwerkelijke cijfers. Zo groot dat ze tot statistieken gereduceerd dreigen te worden. Maar achter elk cijfer schuilt een naam. Een thuis. Een moeder. Een vader. Een kind. Een familie die wacht op iemand die nooit meer terugkomt. 

We blijven onze handen wassen. Eén keer. Twee keer. Tien keer. Ontelbaar vaak. Voor we ergens binnengaan, wanneer we buitenkomen, nadat we iets hebben aangeraakt, nadat we met iemand hebben gesproken. 

En toch blijft, zelfs wanneer onze handen proper zijn, het gevoel hangen dat we nog steeds bevlekt zijn. 

Bevlekt door angst. Door wat we gezien hebben. Door het besef dat één fout, één aanraking of één moment van onoplettendheid volstaat om het virus ons leven binnen te laten. 

In het gele beschermingspak 

In zo'n geel beschermingspak zweet je. Heel veel. De hitte wordt verstikkend, ademhalen voelt zwaar en de handschoenen kleven aan je huid alsof ze er deel van uitmaken. 

Elke handeling moet precies zijn. Elke beweging gecontroleerd. 

Telkens wanneer we de hoogrisicozone betreden, weten we dat we niet zomaar beschermingsmateriaal dragen. We proberen onszelf te beschermen terwijl we tegelijk iemand anders proberen te redden. 

Wat ebola echt betekent

Het is moeilijk onder woorden te brengen wat ebola werkelijk betekent. Wat ik wel weet, is dat het veel meer is dan een virus. 

Het is de angst in de ogen van iemand die ziek is. Het is de afstand die plots noodzakelijk wordt, zelfs tussen een moeder en haar kind. Het is een familie die haar dierbaren niet meer kan omhelzen. Het is een telefoongesprek dat je voert terwijl je weet dat het misschien het laatste zal zijn. 

Jean Louis was 64 jaar. Hij was leerkracht en had een prachtige familie. 

Eerst stierf zijn vrouw. Daarna besmette het virus hem en hun twee dochters. Toen volgden de dagen van ziekte: diarree, extreme zwakte, een lichaam dat het langzaam begaf en uiteindelijk bloedingen. Jean Louis besefte op dat moment dat hij zou sterven. 

Hij vroeg of zijn telefoon opgeladen kon worden. Hij wilde afscheid nemen van zijn familie, zijn zaken regelen en dingen uitspreken waarvan hij nooit gedacht had dat hij ze zo snel zou moeten zeggen. 

Daarna belde hij zijn kleindochters. Ook zij hadden positief getest en verbleven in de kamer naast hem. 

Hij nam afscheid. Enkele uren later stierf hij. 

Een paar dagen later overleed ook zijn jongste dochter. 

Ze was amper twintig jaar oud. Twintig jaar. 

Een leeftijd waarop het leven zou moeten draaien om dromen, verliefd worden en plannen maken voor de toekomst. 

Ebola treft ongeveer de helft van de mensen die besmet raken. Vooral jongeren, ouderen en zwangere vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar. 

Wanneer je een jong meisje ziet sterven, ineenzakkend op de grond, verdwijnen alle statistieken. 

Dat gebeurde enkele dagen geleden. Ze was jong. Veel te jong. 

Op dat moment waren er geen percentages meer. Geen cijfers, grafieken of persberichten. 

Alleen een leven dat ten einde kwam.

Ebolabehandelcentrum in Bunia
doodskisten worden verkocht aan de kant van de weg

Het leven stopt niet tijdens een epidemie 

Terwijl wij proberen het virus in te dijken, gaat het dagelijkse leven verder. Weliswaar met de angst voor ebola voortdurend op de achtergrond. 

Mensen blijven werken. Naar de markt gaan. Hun kinderen naar school brengen. Zorgen voor eten en drinkwater. 

Want zelfs tijdens een epidemie staat het leven niet stil. 

Misschien is dat vanop afstand nog het moeilijkst om te begrijpen. De Democratische Republiek Congo is namelijk veel meer dan ebola alleen. 

Het is een immens land waar gemeenschappen al jarenlang leven met geweld, instabiliteit en ontbering. In veel regio's is vertrouwen broos, en angst kan snel omslaan in wantrouwen. 

Vertrouwen is essentieel

Mensen in pak ontsmetten een omgeving

Iemand overtuigen om naar een behandelcentrum te gaan, zich te laten isoleren en verzorgd te worden door iemand in een geel beschermingspak en met een masker op, iemand die nauwelijks nog menselijk oogt, is niet eenvoudig. 

Daarom kan de aanpak van een epidemie nooit uitsluitend medisch zijn. 

We hebben mensen nodig. Middelen. Luisterbereidheid. Vertrouwen. 

We hebben teams nodig die aanwezig zijn in de gemeenschappen en naast de mensen blijven staan. 

We hebben zorginstellingen nodig, medische voorraden, opleidingen, psychologische ondersteuning, preventie en duidelijke communicatie. 

Daarom zijn wij als Artsen Zonder Grenzen hier: om te behandelen, te beschermen, op te leiden, te ondersteunen en deze epidemie mee onder controle te krijgen. 

Maar geen enkele organisatie kan dat alleen. 

De wereld moet aandacht hebben voor Congo 

De hele wereld zou moeten praten over de Democratische Republiek Congo. 

De hele wereld zou moeten praten over deze ebola-uitbraak. 

Niet om paniek te zaaien, maar om bewustzijn te creëren. 

Niet om menselijk leed te reduceren tot beelden die vluchtig worden geconsumeerd, maar om empathie en solidariteit te tonen met de mensen die deze uitbraak van dichtbij meemaken. 

We hebben financiële middelen en middelen op het terrein nodig om zieken te behandelen, zorgverleners te beschermen, nieuwe besmettingen te voorkomen en de meest afgelegen gemeenschappen te bereiken. 

Laat hen geen cijfers worden 

Die meer dan 6.000 bevestigde besmettingen zijn meer dan 6.000 persoonlijke verhalen. 

Die meer dan 3.000 overlijdens zijn meer dan 3.000 mensen die gemist worden. 

Mensen die liefhadden. Werkten. Bang waren. Geluk kenden. Plannen maakten. Kinderen opvoedden. 

En zich een toekomst voorstelden. 

Laat hen geen cijfers worden. 

Ik blijf mijn handen wassen, handschoenen aantrekken en zweten in dat gele beschermingspak. Ik blijf voelen dat ik, hoe goed ik mezelf ook bescherm, nooit helemaal veilig ben. En ik blijf denken aan dat kleine roze doodskistje langs de weg. 

Hoeveel zullen er nog bijkomen? 

Hoeveel kinderen? 

Hoeveel moeders? 

Hoeveel vaders? 

Hoeveel Jean Louis'en? 

Hoeveel meisjes die nog veel te jong zijn? 

Meer dan drie maanden na het begin van deze ebola-uitbraak is al veel te lang. 

En deze epidemie mag niet alleen een probleem zijn van de mensen die hier aanwezig zijn. 

Er is een internationale, gezamenlijke respons nodig. 

We hebben iedereen nodig. 

Nu.