De basismaatregelen om ebolaziekte te voorkomen zijn dezelfde voor alle varianten van het virus.
Isolatie en beschermingsmateriaal
Om te voorkomen dat het virus zich verspreidt, worden patiënten in strikte quarantaine geplaatst en worden er ontsmettingsruimtes voor het medisch personeel ingericht. Tijdens de epidemie is het superbelangrijk om de bevolking goed te informeren over de ziekte en de maatregelen die ze moeten nemen om het risico op besmetting te verminderen.
Mensen die in contact komen met besmette patiënten moeten speciale beschermingsmiddelen dragen, zoals handschoenen, een masker en een veiligheidsbril, en heel voorzichtig zijn bij het verzorgen van patiënten. Hygiëne blijft natuurlijk superbelangrijk.
De verspreiding tegengaan
Het virus verspreidt zich door contact met lichaamsvocht van een besmet persoon of via oppervlakken die besmet zijn met dit lichaamsvocht. Mensen die voor besmette patiënten zorgen, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) dragen.
Het virus kan ook worden overgedragen door direct contact met het lichaam van overleden personen. Daarom moeten begrafenisondernemers PBM dragen.
Het is cruciaal om de besmetting in zorginstellingen onder controle te houden om het risico voor andere patiënten, zorgverleners en professionals te beperken.
De epidemie is voorbij als er 42 dagen lang geen nieuwe gevallen zijn gediagnosticeerd.
De diagnose van ebolaziekte is niet eenvoudig. De eerste symptomen, zoals koorts, vermoeidheid en keelpijn, komen ook voor bij veel andere ziekten zoals malaria of griep. Daardoor is het moeilijk om ebola in een vroeg stadium te herkennen.
Daar komt bij dat ebolaziekte veroorzaakt kan worden door verschillende virussen, zoals het ebolavirus, het Sudan-virus of het Bundibugyo-virus. Elk van deze virussen moet apart worden opgespoord, wat de diagnose extra complex maakt.
Wanneer er een vermoeden is van ebola, wordt de patiënt meteen geïsoleerd om verdere besmetting te voorkomen. Tegelijk worden de gezondheidsautoriteiten ingelicht en wordt een laboratoriumtest uitgevoerd om te bevestigen of het om ebolaziekte gaat en welk virus de oorzaak is. Deze tests gebeuren meestal met PCR-technologie en vereisen gespecialiseerde laboratoria en strikte veiligheidsmaatregelen.
Omdat de tests vaak specifiek zijn voor één type virus, kan het moeilijker zijn om snel een diagnose te stellen wanneer een minder vaak voorkomend ebolavirus circuleert. In dat geval zijn geschikte testkits niet altijd onmiddellijk beschikbaar, wat de bevestiging van gevallen en de bestrijding van een uitbraak kan vertragen.
Een snelle en betrouwbare diagnose blijft nochtans essentieel om besmette patiënten op te sporen, hun contacten te identificeren en de verspreiding van de ziekte zo snel mogelijk onder controle te krijgen.
Zorg voor patiënten
Voor sommige vormen van ebolaziekte bestaan vandaag specifieke behandelingen. Deze werden ontwikkeld tijdens recente grote uitbraken en hebben de overlevingskansen aanzienlijk verbeterd.
Deze behandelingen werken echter niet tegen alle ebolavirussen.
Bij bepaalde varianten, zoals het Sudan-virus of het Bundibugyo-virus, zijn er momenteel geen goedgekeurde specifieke behandelingen beschikbaar.
Daarom blijft goede ondersteunende zorg essentieel voor alle patiënten:
- Hydratatie van de patiënt
- Voedingsondersteuning
- Medicatie tegen koorts en pijn
- Behandeling van braken en diarree
Ook andere ziekten, zoals malaria of bacteriële infecties, moeten tegelijk behandeld worden.
Patiënten worden geïsoleerd om verdere besmetting te voorkomen en krijgen psychologische ondersteuning, net als hun families.
Vaccinatie
Er is momenteel een vaccin beschikbaar tegen één van de belangrijkste ebolavirussen (het ebolavirus). Dit vaccin werd ontwikkeld na de grote epidemie in West-Afrika (2014–2016) en wordt ingezet om uitbraken onder controle te krijgen.
Er bestaan echter nog geen breed beschikbare vaccins voor alle vormen van ebolaziekte. Voor sommige virussen, zoals het Sudan-virus en het Bundibugyo-virus, is vaccinatie momenteel niet mogelijk.
Wanneer een vaccin beschikbaar is, wordt het prioritair gegeven aan mensen met een hoog risico, zoals zorgverleners en contactpersonen van besmette patiënten.