In de Zuid-Soedanese staat Jonglei krijgen burgers het bij gevechten tussen de gemeenschappen nog steeds zwaar te verduren. Drie weken na de gewelddadige aanval op de stad Pibor en de omliggende dorpen in Pibor County komen er nog steeds gewonden aan in het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Pibor. Velen raakten gewond in de bush, waar duizenden mensen bleven schuilen omdat ze bang waren om terug te keren. De medische teams van Artsen Zonder Grenzen behandelen nu ernstige wondinfecties, soms al verschillende weken oud. Sinds Artsen Zonder Grenzen de medische urgentie in Pibor opnieuw opstartte op 7 januari, heeft de organisatie al 47 patiënten met schotwonden behandeld, waarvan 16 vrouwen en 8 kinderen. Nog 43 patiënten werden tot nu toe behandeld voor steekwonden en slagen en verwondingen, die ze opliepen toen ze in de bush op de vlucht waren.

Na de aanval op Pibor vernam Artsen Zonder Grenzen op 16 januari het tragische nieuws dat Allan Rumchar, een nachtwaker van Artsen Zonder Grenzen, en zijn vrouw, gedood waren. Drie weken na de aanval zijn nog steeds 25 mensen van het lokale personeel (156 mensen) vermist en we blijven erg bezorgd om hen.
Het geweld in Pibor is geen alleenstaand geval. Na een aanval op het dorp Wek in het noorden van de staat Jonglei op 11 januari, evacueerde Artsen Zonder Grenzen 13 patiënten, vooral vrouwen en kinderen, die dringend geopereerd moesten worden in het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in Nasir. Eerder was er de aanval op het stadje Pieri en de omliggende dorpen in augustus 2011, waarbij enorm veel dorpelingen gedood werden. In de voorbije zes maanden hebben in totaal 185 zwaargewonde patiënten hulp gezocht bij teams van Artsen Zonder Grenzen in Lankien, Pieri en Yuai. “We zien momenteel een opeenvolging van aanvallen en represailles in heel het noorden van Jonglei,” aldus Jose Hulsenbek, landverantwoordelijke bij Artsen Zonder Grenzen. “Voor de burgers in dit deel van Zuid-Soedan is de vrees dat ze hun huizen moeten achterlaten of dat ze gedood zullen worden, een dagelijkse realiteit.”
Een terugkerend kenmerk van de aanvallen in Jonglei is het extreme geweld. Een vrouw die in Pibor door Artsen Zonder Grenzen voor een schotwond behandeld werd, zei dat ze naar de bush gevlucht was met haar man, kinderen en 15 andere familieleden. Na een vlucht van elf uur werden ze gevonden door een groep mannen, die hen dan beschoten. “We verspreidden ons. Ze schoten me in het bovenbeen en op mijn baby die op mijn rug hing. Ik probeerde me te verstoppen in het hoge gras, maar ze vonden me omdat mijn baby aan het huilen was. Ze begonnen mijn dochter te slaan tot ze stil werd en toen lieten ze ons voor dood achter.” Ook haar zoon werd door Artsen Zonder Grenzen behandeld voor een schotwond in de borst, die hij merkwaardig genoeg overleefde.
Artsen Zonder Grenzen maakt zich erg veel zorgen over de gezondheid en het welzijn van burgers die moeten vluchten voor de gevechten of omdat ze bang zijn voor aanvallen. Deze mensen houden zich schuil in de bush, met weinig of geen beschutting en slechts beperkte toegang tot voedsel, waardoor ze nog meer risico lopen om ziek te worden. Uiteindelijk keren ze wel terug, maar dan vinden ze enkel assen waar vroeger hun huis stond.
In Lekwongole, een dorp ten noorden van Pibor waar Artsen Zonder Grenzen een kliniek leidt, staat nog nauwelijks iets recht, en van die kliniek zijn enkel de betonnen vloer en de muren over. Karel Janssens, projectverantwoordelijke bij Artsen Zonder Grenzen, zegt: “De mensen hebben me verteld dat ze tijdens de dag hun schuilplaats durven te verlaten om op zoek te gaan naar voedsel of medische hulp, die Artsen Zonder Grenzen sinds 18 januari opnieuw biedt. Maar ‘s nachts keren ze terug naar hun schuilplaats in de bush, waar ze malaria of infecties aan de luchtwegen kunnen oplopen.” In Pibor werd ongeveer de helft van de patiënten sinds 7 januari voor malaria behandeld, omdat mensen daaraan blootgesteld worden als ze in de bush overnachten.
De situatie wordt erg zorgwekkend, aangezien alle gewapende groepen in dit geweld tussen de gemeenschappen hun woede doelbewust richten op de bevolking en het weinige dat ze heeft. Ziekenhuizen, gezondheidscentra en waterbronnen zijn doelwitten geworden voor alle strijdende partijen, en we geloven dat het hun tactiek is om mensen van basisbehoeften te beroven, net wanneer ze die het hardst nodig hebben, na hun vlucht naar de bush. Colette Gadenne, programmamanager bij Artsen Zonder Grenzen, is echter nog het meest bezorgd over de aanval op burgers zelf: “Na die aanvallen zien we hier veel vrouwen en kinderen die beschoten, neergestoken of geslagen werden. Ze proberen zich te verschuilen in de bush, maar vluchten is blijkbaar niet genoeg.”
In een verslag van december 2009,‘Facing up to Reality: Health crisis deepens as violence escalates in Southern Sudan’, documenteerde Artsen Zonder Grenzen het toenemende geweld tussen de gemeenschappen in Jonglei en in Upper Nile, en de groeiende impact ervan op de burgerbevolking. Dat jaar behandelde Artsen Zonder Grenzen 392 patiënten die door geweld gewond raakten en schatte de organisatie het aantal vluchtelingen op 86.000. De situatie is nog niet verbeterd. In de voorbije zes maanden heeft Artsen Zonder Grenzen meer dan 250 patiënten verzorgd die door het geweld in de staat Jonglei gewond raakten, het merendeel vrouwen en kinderen.
Artsen Zonder Grenzen is al sinds 1978 actief in Zuid-Soedan en werkt momenteel in meer dan een dozijn projecten in acht staten. De medische humanitaire organisatie leidt haar eigen medische faciliteiten of steunt faciliteiten van het ministerie van Volksgezondheid in zes locaties in de staat Jonglei. Ze biedt basisgezondheidszorg, therapeutische voeding, en behandelingen voor kala azar en tuberculose aan om en bij de 285.000 mensen. In 2011 werden de medische faciliteiten van Artsen Zonder Grenzen in Lekwongole, Pibor en Pieri aangevallen en vernield of geplunderd tijdens gevechten tussen de gemeenschappen. Artsen Zonder Grenzen veroordeelt aanvallen op ongewapende burgers of medische posten door eender welke gewapende groepering.
© 2011 AZG - Dupréstraat, 94 1090 Brussel - Tel: 02/474.74.74 - IBAN: BE73 0000 0000 6060 - BIC: BPOTBEB1