U bevindt zich hier:
In september 2008 deed Artsen Zonder Grenzen een noodinterventie in de burgergevangenis van Guéckédou. Aanleiding daarvoor waren de gezondheidssituatie en het probleem van ondervoeding. De interventie duurde ongeveer drie maanden. De organisatie deed ook medische consultaties, en schonk medicijnen en materiaal voor watervoorziening, sanitair en persoonlijke hygiëne.
De toestand in Guéckédou wekte de bezorgdheid over de andere gevangenissen in Guinee. Teams bezochten daarom ook andere gevangenissen en evalueerde de gezondheidssituaties. In drie andere gevangenissen (Mamou, Boké en Gaoual) deed de organisatie ook medische interventies. Ongelukkig genoeg was Guéckédou geen geïsoleerd geval.
Dat zelfs de minimumstandaarden voor behandeling van gevangenen niet gehaald worden, ligt voor een deel aan de slechte economische ontwikkeling en de politieke onrusten in het land. Maar dat alleen verklaart niet het volledig gebrek aan initiatief om iets te doen aan de ontoelaatbare levensomstandigheden in de gevangenissen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de autoriteiten van Guinee.
In Guéckedou was 38% van de gevangen ondervoed, 21% zelfs ernstig ondervoed. Die percentages zijn, zelfs in gewelddadige en onstabiele contexten, hoogst uitzonderlijk, voor volwassenen.
Gevangen kregen één maaltijd per dag, die absoluut ontoereikend was om in goede gezondheid te blijven. Ze bestond uit 100 tot 300 gram rijst, soms met een dunne rode saus van palmolie. Voor meer voedsel hingen gevangenen af van hulp van familie of vrienden. De meerderheid van de gevangen echter, kreeg zo geen hulp.
Voedselveiligheid is een chronisch probleem in Guinee, dat nog verergerd werd door de sociopolitieke en economische problemenen de stijging van de voedselprijzen in 2008. Het minimumbedrag om aan voeding voor gevangenen te besteden werd vastgelegd in 2004, maar werd niet aangepast aan de stijgende voedselprijzen.
Hoewel Guinee wel eens ‘de watertoren van West-Afrika’ wordt genoemd, kent de watervoorziening veel gebreken en is drinkwater schaars in het hele land. In de gevangenis van Guéckédou leed 42% van de gevangenen aan uitdroging. Bronnen en pompen ontbreken in de gevangenissen of werken slecht.
Behalve tot uitdroging leidt het gebrek aan water ook tot slechte hygiëne, met huidziektes tot gevolg. Douches zijn of slechts af en toe beschikbaar, of ontbreken helemaal. Er is geen zeep voor de gevangenen om zichzelf, hun kleren of beddengoed te wassen. En er zijn geen externe latrines: emmers doen dienst als toilet en wordt op onregelmatige momenten leeg gemaakt.
Cellen in Guinee zijn overbevolkt. Zelden heeft een gevangene meer dan twee vierkante meter plaats. Toch mogen de meeste mannelijke gevangenen hun cel zelden verlaten. Kinderen tussen 13 en 18 jaar zitten niet zelden samen in cellen met volwassenen. In de cellen is bovendien vaak een gebrek aan licht en lucht.
Vrouwelijke gevangenen leven in het algemeen in betere omstandigheden, ook wat voedsel en hygiëne betreft. De specifieke medische noden van vrouwen echter, in het bijzonder van zwangere vrouwen, worden verwaarloosd.
De levensomstandigheden in de gevangenissen kunnen gelinkt worden aan de ziekten van gevangenen: huidinfecties, parasieten, bloedingen, infecties aan de luchtwegen, diarree, malaria, infecties van de ingewanden…
Verschillende gevangen leden aan tuberculose, maar zij werden niet gescheiden van andere gevangen.
Ondanks hun kwetsbare positie, hebben gevangenen geen toegang tot basisgezondheidszorg. Er zijn nauwelijkse medische consultaties en medische voorraden zijn onbestaande of zeer beperkt. Medisch personeel krijgt geen stimulansen om in gevangenissen te werken, waar de omstandigheden nochtans erg moeilijk zijn.