
© Jean-Pierre Amigo
Pakistan heeft erg hoge cijfers voor moeder- en kindersterfte. Het is moeilijk om er goede en betaalbare gezondheidszorg te vinden, vooral in de afgelegen, landelijke gebieden. Vrouwen en kinderen worden het hardst getroffen door het gebrek aan medisch personeel en betaalbare gezondheidsfaciliteiten.
De laatste twee jaar is het leven in de afgelegen gebieden nog nog moeilijker geworden, door het escalerende geweld tussen het Pakistaanse leger en gewapende oppositiegroepen. Op sommige plaatsen kwam daar nog eens sektarisch geweld bovenop.
In het noord-westen van Pakistan zijn sinds augustus 2008 meer dan twee miljoen mensen op de vlucht geslagen. De onveiligheid en reisrestricties bemoeilijken de toegang tot medische zorgen verder. Artsen Zonder Grenzen biedt medische hulp op verschillende plaatsen in de Noord-Westelijke Grensprovincie (NWFP), de Federaal Bestuurde Stammengebieden (FATA) en de provincie Baluchistan.
Humanitaire hulp wordt in Pakistan vaak gelinkt aan politieke doelen. Artsen Zonder Grenzen distantieert zich daar volledig van. Het is een onafhankelijke medische organisatie, zonder politieke, religieuze of economische belangen. Voor haar projecten in Pakistan neemt Artsen Zonder Grenzen geen geld van regeringen aan.
© Jobi Bieber
In het district Malakand, in de Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan, lijdt de plaatselijke bevolking bijzonder zwaar onder het conflict tussen het Pakistaanse leger en de gewapende oppositiegroepen. Artsen Zonder Grenzen, een van de weinige internationale organisaties die in deze regio aanwezig zijn, ondersteunt het subdistrict-ziekenhuis in Dargai sinds 2006.
Een medisch team van met artsen en een chirurg, anesthesist, verpleegkundige en gynaecoloog werkt samen met het personeel van het Ministerie van Volksgezondheid in de spoedafdeling, de operatiezaal en de afdeling gehospitaliseerde patiënten.
Mensen noemden het vroeger een vuilnisbak, een plaats waar het niet de moeite was om te stoppen voor hulp als men zich elders een ziekenhuis kon veroorloven. Maar nu, twee jaar later, kunnen de inwoners van Dargai, een stad in het District Malakand van de Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan, opnieuw vertrouwen stellen in het Dargai Tehsil Head Quarter (THQ) ziekenhuis.
Dat vertrouwen en die aanvaarding worden duidelijk bij het zien van de lange rijen in de wachtzone van het Dargai THQ ziekenhuis. Het gaat om mensen die hulp zoeken na verkeersongevallen, schietpartijen of wanneer een banale ziekte ernstig uitdraait.
Artsen Zonder Grenzen ging in december 2007 aan het werk in Dargai met de organisatie van een spoedafdeling en kort daarop een operatiezaal, waar electieve en traumachirurgie worden uitgevoerd. Daarnaast werden een kraamkliniek en een pediatrische afdeling opgericht om hulp te bieden bij complexe bevallingen. Ter ondersteuning werd ook een afdeling met 40 bedden ingericht.
Het is in de twee bedden tellende spoedafdeling van het Dargai ziekenhuis dat levens worden gered en zieken of gewonden in kritieke toestand worden gestabiliseerd alvorens per ambulance te worden vervoerd naar een groter en beter uitgerust ziekenhuis in Peshawar of Islamabad, respectievelijk op een en twee uur rijden.
Het was al een drukke ochtend in de spoedafdeling, waar twee jongens die gewond werden bij verkeersongevallen verzorgd worden door verpleegkundigen en artsen. In de gangen wachten verscheidene andere patiënten met hun begeleiders.
Ondertussen brengt chirurg Lynette Dominquez in de operatiezaal daarnaast de laatste hechtingen aan na een appendixoperatie, waarna ze klaar is om aan haar volgende patiënt te beginnen.
Hoewel het hier in de meeste gevallen gaat over electieve ingrepen – zoals bij de 35-jarige man van wie Lynette zopas de appendix verwijderde – komt 38 procent van alle patiënten in de operatiezaal voor spoedingrepen of traumachirurgie. Lynettes volgende patiënt is een 25-jarige lokale boer, bij wie de rechterhand moet geamputeerd worden en de door een ontploffende handgranaat veroorzaakte schade moet hersteld worden.
“Hij was kwaad op zijn vrouw en wou een handgranaat naar haar gooien. Maar een seconde nadat hij de pin uittrok, kwam zijn kind de kamer binnen. Hij probeerde de pin terug te stoppen, maar het was te laat,” legt Lynette uit terwijl ze aan het werk is.
De moeder en het kind kwamen er met lichte verwondingen vanaf. Maar de kracht van de explosie verscheurde de hand van de man, terwijl granaatscherven zijn kaak verbrijzelden en zijn rechtervoet zwaar verwondden.
Als de operatie elders moest gebeuren, zou het de boer en zijn noodlijdende familie tussen PKR 20.000 (160 euro) en PKR 40.000 (320 euro) gekost hebben, alleen al voor de eerste operatie.
Veel van de patiënten die Lynette en anesthesist Margarita Quilala, beide uit de Filippijnen, ontmoeten, hebben dergelijke tragische verhalen. “Wij beseffen dat het deel uitmaakt van levens redden. We moeten ons niet afvragen hoe de patiënt op onze tafel terechtkomt. We moeten gewoon helpen, geval per geval,” zo besluit Margarita.
Terug op de spoedafdeling tracht de Zuid-Afrikaanse dokter Jonathan Starke uit te maken hoe hij best Rubina, een meisje dat zopas bewusteloos werd binnengebracht, zal behandelen. Ondanks de zak met tientallen pillendoosjes, voorschriften en andere medische documenten die haar oom bij heeft, wordt niet eenvoudiger om het onderliggende probleem te achterhalen.
Rubina had stuipen gekregen en de familie bracht haar naar een lokale apotheker die haar op hun aandringen een injectie gaf. Zij braakte, stortte in elkaar en verloor het bewustzijn. “We hebben geen idee welke injectie het was en het is moeilijk te bepalen of haar toestand te wijten is aan de behandeling, dan wel aan iets anders. Dit is een moeilijk geval,” zegt Jonathan.
Zoals dat elders in Pakistan het geval is, krijgen patiënten soms meer geneesmiddelen voorgeschreven dan nodig. Veel patiënten vragen injecties en zo veel mogelijk geneesmiddelen.
Zij geloven dat dat gelijkstaat aan goede medische verzorging. Het overdreven gebruik van antibiotica is een ernstig probleem en leidt bij patiënten tot antibiotische resistentie, wat betekent dat minder middelen doeltreffend zijn tegen infecties.
“Antibiotische resistentie is een enorm probleem. Het betekent dat je met enkele overblijvende bacteriën zit die volledig resistent zijn. De volgende keer dat de patiënt ziek wordt, is er niets meer dat zal werken omdat er slechts een beperkt aantal antibiotica beschikbaar zijn,” legt Jonathan uit.
Zijn volgende taak is zijn collega AZG-dokter Asmatullah Sayyed vergezellen tijdens een ronde door de afdeling gehospitaliseerde patiënten, waar Kareem, een 17-jarige jongen die lijdt aan tuberculose, in afzondering wordt behandeld. Kareem ontwikkelde zo’n vier maanden geleden een aanhoudende hoest, verloor plots gewicht en begon zich zwak te voelen tijdens het werk op het veld met zijn vader.
Wanneer de twee dokters zijn toestand evalueren, lichten Kareems helder groene ogen op. Hij zegt zich al veel beter te voelen, ook al moet hij nog in bed blijven. “Dankzij de dokters weet ik meer over mijn ziekte en besef ik hoe belangrijk mijn behandeling is. Mijn vader is een sterke man en ik hoop zoals hem te worden wanneer ik genezen ben,” aldus Kareem.
Dargai THQ © Jobi Bieber
In het district Malakand, gelegen in Pakistans Noordwestelijke Grensprovincie, lijdt de lokale bevolking onder het conflict tussen het Pakistaanse leger en gewapende oppositiegroepen. Artsen Zonder Grenzen, een van de weinige internationale organisaties die in deze regio aanwezig zijn, verleent al sinds 2006 steun aan een subdistrictshospitaal in Dargai.
Een medisch team van Artsen Zonder Grenzen met artsen, een chirurg, een anesthesist, een verpleegkundige en een gynaecoloog, werkt er samen met personeel van het ministerie van Volksgezondheid in de spoedafdeling en de operatiekamer en in de patiëntenverpleging. Wij hadden een gesprek met een van de verpleegkundigen van Artsen Zonder Grenzen.
Voor haar patiënten is ze een barmhartige zuster en moeder, zacht en meevoelend. Haar geluk haalt ze uit het helpen van andere mensen.
Shahnaz Rafiq is verpleegster in een land met twee keer zoveel dokters als verplegers. Hoewel de laatste tijd meer vrouwen een opleiding tot verpleegster volgen, zijn er op dit moment in Pakistan maar 65.387 mensen in de verpleging aan het werk.
Dit betekent ongeveer vijf verplegers per 10.000 inwoners – dezelfde verhouding als in de Congo, en ver onder het wereldwijde gemiddelde van 28 verplegers per 10.000 inwoners. Dat alles in een land waar de moedersterfte tot de hoogste in de wereld behoort. Het gebrek aan verplegend personeel in de ziekenhuizen kan dan ook dodelijke gevolgen hebben.
Shahnaz werkt al vier jaar voor Artsen Zonder Grenzen en is hoofdverpleegster in de patiëntenvleugel van het ‘Tehsil Head Quarter Hospital’ in Dargai. Dit subdistrictshospitaal is algemeen gekend als het Dargai THQ en ligt in het district Malakand in de Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan.
Een kleine jongen is door zijn moeder naar het ziekenhuis gebracht. Hij heeft last van pijn in de onderbuik. Shahnaz verzorgt hem, zachtaardig en met kalme stem. Het kereltje heeft pijn, maar wordt rustiger terwijl zij haar werk doet.
Shahnaz was nog een jong meisje toen ze al besliste om later verpleegster te worden. Maar het was een persoonlijke tragedie die haar uiteindelijk voorgoed naar het beroep zou leiden.
“Ik was tien jaar en was samen met mijn vader onderweg toen hij plots een hartaanval kreeg. Er was niemand die kon helpen en hij stierf langs de rand van de weg. Toen besliste ik dat ik later mensen wilde helpen. Arts kon ik niet worden, dus volgde ik een opleiding tot verpleegster.”
Zoals veel andere Pakistaanse verpleegsters koos Shahnaz er aanvankelijk voor in het buitenland te gaan werken, om haar familie financieel te kunnen steunen. Zo werkte ze een paar jaar in privéziekenhuizen in Saudi-Arabië:
“Ik wilde me inzetten voor mensen in andere landen. Ik wist dat er in Afrika en elders verpleegsters nodig waren en ik wilde mijn steentje bijdragen,” zegt ze. In 2005 keerde Shahnaz tijdens haar verlof uit Saudi-Arabië terug om haar kinderen en familie in Pakistan te bezoeken – een nieuwe tragedie zou weldra haar leven beïnvloeden.
Op 8 oktober 2005 werd Kasjmir getroffen door een zware aardbeving van 7,6 op de schaal van Richter. Er vielen 70.000 dodelijke slachtoffers en 3,3 miljoen mensen werden dakloos.
“Ik sprak met mijn moeder en vertelde haar dat ik als vrijwilligster naar de getroffen regio wilde gaan om de mensen te helpen, omdat men er extra hulp nodig had. Artsen Zonder Grenzen was er ook en ik zei: 'Ik zal me bij hen aansluiten'. Daar in Kashmir zag ik hoe Artsen Zonder Grenzen op het terrein te werk ging. Dat deed iets met mij."
"Ik stuurde mijn ontslagbrief naar het ziekenhuis in Saudi-Arabië, waar ik als hoofdverpleegster een goede positie had. Geld stelt niets voor. Gelukkig zijn in mijn hart, dat is voor mij de echte rijkdom,” zo vertelt Shahnaz over haar beslissing om voor Artsen Zonder Grenzen in Pakistan te werken.
“Hoewel het niet gemakkelijk is verpleegster te zijn, zou ik niets anders willen.”
© VALI
Kuchlak is een stadje van 120.000 inwoners, op een halfuur rijden van Quetta, de hoofdstad van de provincie Balochistan. Doordat Kuchlak vlakbij de grens met Afghanistan ligt, zijn delen van de stad een permanente thuis geworden voor Afghaanse vluchtelingen die tijdens de burgeroorlog in de jaren '80 en latere conflicten naar Pakistan zijn uitgeweken.
Artsen Zonder Grenzen voorziet hier sinds begin 2005 medische verzorging in een kraamkliniek en in ziekenhuizen op het platteland. De meeste van de patiënten zijn vrouwen en kinderen uit Kuchlak en de omliggende stadjes en dorpen.
Op een stoffige zandweg naar de Afghaanse grens, klinkt tussen al het geclaxonneer van de voorbijrijdende vrachtwagens ook het gehuil van pasgeboren baby’s. Hier in Kuchlak, in de zuidwestelijke Pakistaanse provincie Balochistan, staat een kraamkliniek van Artsen Zonder Grenzen.
In een schone, recent geschilderde kamer is een jonge vrouw van in de twintig net bevallen. Dit is haar derde kind. Ze ligt uitgeput op bed terwijl vroedvrouwen het kind verzorgen. Het is een jongen en ze is blij dat ze haar man, een arbeider, een zoon heeft kunnen schenken die later voor de familie zal kunnen zorgen.
Een buitenstaander merkt niets bijzonders aan haar bevalling. Maar deze jonge moeder heeft net iets overleefd dat in Balochistan, de grootste en minst ontwikkelde provincie in Pakistan, aan duizenden vrouwen het leven kost. Hier is bevallen je leven riskeren.
Vrouwen lopen enorme risico’s omdat ze niet op tijd gepaste medische zorg kunnen krijgen. In 2007 stond het sterftecijfer voor moeders in Balochistan alarmerend hoog, op 637 doden per 100.000 levende geboorten. Kindersterfte wordt er geschat op 65 doden per 1000 levend geboren kinderen. Dat is meer dan het dubbele van het nationale gemiddelde in Pakistan. Daar komt nog bij dat Pakistan kampt met een groot tekort aan verpleegsters en vroedvrouwen.
Kuchlak, dat op een halfuur rijden van Quetta ligt, is een stadje met ongeveer 120.000 inwoners, die in armoede en ontbering leven. Verschillende delen van het stadje lijken op snel gebouwde vluchtelingenkampen, die nu een permanente woonplaats zijn geworden voor Afghaanse vluchtelingen die tijdens de burgeroorlog in de jaren ’80 en de latere conflicten naar Pakistan zijn gekomen.
Artsen Zonder Grenzen heeft hier sinds 2006 een kraamkliniek en een gezondheidscentrum voor kinderen. Het is één van de weinige organisaties die gratis medische zorgen verstrekt. Voor een gemeenschap die in permanente armoede leeft, is dat noodzakelijk.
De mannen hier verdienen een hongerloon en hun vrouwen moeten duizenden roepies betalen om in de openbare ziekenhuizen te kunnen bevallen. Ze moeten geld lenen van familie en buren, maar daarna kunnen ze dit geld maar moeilijk terugbetalen.
“De meeste zwangere vrouwen hier moeten nog steeds een uur of zelfs langer reizen om te kunnen bevallen. Veel vrouwen bevallen nog altijd thuis, omdat ze geen keuze hebben,” aldus Dr. Amna Hammad, een vrouwelijke dokter die in het centrum werkt.
Op een boogscheut van de kraamkliniek en het gezondheidscentrum voor kinderen, net voorbij een drukke markt, ligt het gezondheidscentrum van het ministerie van volksgezondheid, waar Artsen Zonder Grenzen de diensten ondersteunt. Artsen Zonder Grenzen heeft hier een voedingsprogramma lopen omdat de nood acuut is: in Pakistan hebben iets meer dan 30 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar te kampen met ondergewicht.
Twee erg kleine kinderen, de tweeling Hamida en Ansa, zijn net door hun uitgemergelde moeder in de kliniek binnengebracht. Ze is een Afghaanse vluchtelinge die zich hier in Kuchlak gevestigd heeft, maar een zwaar zwerversleven leidt. De tweeling is 10 dagen oud. Ansa is duidelijk kleiner en ondervoed.
“Ik ben getrouwd toen ik 13 of 14 was. Ik ben nu ongeveer 38 jaar. Ik heb meer dan een uur moeten lopen om naar hier te komen. Ik ben alleen,” vertelt de moeder van de tweeling. Tot hiertoe is ze bevallen van vijf jongens en vier meisjes. Maar drie van haar baby’s zijn gestorven voor ze één jaar oud waren, omdat ze geen poedermelk kon betalen en niet voldoende moedermelk kon produceren.
Hoofdverpleegkundige Hamdullah Kaka heeft de leiding over het voedingsproject dat sinds de start in 2006 al 1200 zwaar ondervoede kinderen heeft behandeld. Momenteel zijn er 60 kinderen ingeschreven voor dit programma, dat resultaten garandeert door de kinderen ook op te volgen. De patiënten hier noemen hem “oom”, omdat hij zo zacht en zorgzaam met de kinderen en de moeders omgaat.
Hoewel armoede de belangrijkste oorzaak van ondervoeding is in deze samenleving, geven sommige moeders hun kinderen alleen eten wanneer ze denken dat ze honger hebben. Anderen geven ze hun baby’s pijnstillers om te voorkomen dat ze zouden huilen als ze honger hebben. “We proberen dat probleem op te lossen met goede zorgverlening en begeleiding,” aldus Dr. Mirwais Wardak, senior arts voor Artsen Zonder Grenzen
© Jobi Bieber
Sinds augustus 2008 zochten verscheidene golven van ontheemden hun toevlucht in het district Lager Dir in de Pakistaanse Noordwestelijke Grensprovincie. De meeste ontheemden zijn afkomstig van het naburige Bajaur Agency en het district Maidan, waar het conflict tussen de gewapende oppositietroepen en het Pakistaanse leger in alle hevigheid woedt.
Wanneer we over de hoofdweg rijden tussen het stadje Munda en Timurgara in de roerige Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan, lijkt het business as usual in de winkeltjes langs de weg. Maar net achter de drukte voor de winkeltjes en in de straat, weerkaatsen 506 tenten de vroege ochtendzon.
In deze tenten verblijven al maanden om en bij de 290 vrouwen, 270 mannen en meer dan 2.000 kinderen. Zij wachten en hopen dat er een einde komt aan de aanvallen en tegenaanvallen tussen Pakistaanse troepen en strijders van de gewapende oppositie. Dat geweld, samen met de luchtaanvallen, dreef hen en duizenden anderen uit hun huizen in Bajaur en Maidan naar het naburige Lager Dir.
Om de dringende nood van deze duizenden ontheemden te lenigen, ging Artsen Zonder Grenzen in augustus 2008 van start met gratis medische hulp, watervoorziening en sanitair in de vluchtelingenkampen van Sumer Bagh, Sadbar Kaleh. Recenter gebeurde dat ook in Munda, als onderdeel van een urgentierespons op de gevolgen van het conflict.
In het kamp van Munda ligt de jongste bewoner, de veertien dagen oude Kauser, veilig in de armen van haar moeder. Khubana Lal Rachman zit in haar tent tussen haar schamele bezittingen, terwijl het geïmproviseerde kookvuur buiten smeult. Zij slaagde er na een hobbelige rit van drie kwartier in om het districtziekenhuis van Timurgara te bereiken voordat Kauser werd geboren.
Maar zoals meestal in het geval van medische bijstand, hing daar een stevig prijskaartje aan vast. Khubana betaalde PKR 9.000 (72 euro) voor de bevalling, geld dat ze moest lenen van vrienden en familie.
“Dat is veel geld en ik zal het beetje bij beetje moeten terugbetalen. Maar mijn baby is tenminste in een ziekenhuis geboren en mijn enige hoop is dat zij niet hoeft op te groeien in deze tenten en geen honger hoeft te lijden,” zo vertelt Khubana. Haar man doet alles om de eindjes aan elkaar te knopen en werk te vinden als arbeider.
Hoewel de leefomstandigheden in het kamp van Munda erg krap zijn met slechts 40 cm tussen de tenten, is het er net en schoon dankzij de inspanningen van de hygiënische werkers en het medisch personeel van Artsen Zonder Grenzen. In het medisch centrum neemt dokter Naseeb Gull zorgvuldig de bloeddruk en de hartslag op van zijn patiënt. Hij ontving deze ochtend in de door Artsen Zonder Grenzen beheerde polikliniek al vijf patiënten.
“Het conflict heeft een enorme impact op het leven van de mensen gehad. Het is een oorlog en velen onder hen weten niet wat er is gebeurd met hun familie die ze voor het laatst zagen toen ze op de vlucht sloegen. Ze lijden aan angst en depressie,” aldus Naseeb.
Van de 53 patiënten die in de loop van de dag naar de polikliniek kwamen, klaagden er 12 over hoofdpijn en pijn over het hele lichaam, wat gelinkt wordt aan posttraumatische stress.
Wahid Mukhitar lijdt nog steeds onder de angst en het trauma die hij opliep bij het geweld in Bajaur.
“Bij een van de controleposten buiten mijn dorp Manyal werd ik verscheidene keren beschoten door een soldaat. Ik vluchtte de bergen in. Ik was volledig buiten mezelf en doolde tien dagen lang in de heuvels rond. Sindsdien ben ik depressief. Ik voel me als een wandelende dode. Ik begrijp niet waarom de soldaat op mij schoot. Ik had zelfs net als hij voor de overheid gewerkt. Ik was chauffeur voor het ministerie van Onderwijs. Nu ben ik mijn huis, mijn dieren, mijn familie en mijn verstand kwijt”, zo vertelt hij.
In het kamp Sumer Bagh, ooit de verblijfplaats van om en bij de 5.000 ontheemden en op ongeveer een uur rijden van Timurgara, vertelt de 19-jarige Ruhudullah Didanpuru hoe hij 30 km te voet door de bergen trok om het kamp te bereiken. Hij ontvluchtte in maart van dit jaar het conflict in Maidan.
“De mensen kwamen in de vuurlinie terecht en liepen een trauma op. Ik kan zien welke gevolgen dat heeft voor vrouwen en jonge mannen zoals ik. De kinderen zijn bang en ze huilen wanneer ze de wapens horen,” getuigt Ruhudullah wanneer er een zoveelste salvo van artillerievuur weerklinkt uit de militaire basis van Toor Ghundai vlakbij het kamp.
Gebukt onder het trauma vertelt Abdurrahman, een 50-jarige boer en vader van 10 kinderen, dat vóór de komst van Artsen Zonder Grenzen medische verzorging te duur was voor de meeste bewoners van het kamp.
“Dokters in dit gebied rekenen patiënten tussen PKR 300 (2,40 euro) en PKR 1.500 (12 euro) aan voor een gewone consultatie. Dat stemt voor arbeiders overeen met het loon van vijf werkdagen telkens wanneer ze met hun vrouw of een kind naar de dokter moeten. Ik ben echt opgelucht dat Artsen Zonder Grenzen er nu is en dat we gratis medische verzorging krijgen,” aldus Abdurrahman.
© Jobi Bieber
In mei 2009 vluchtte een miljoen mensen uit de Swatvallei en het district Buner naar Mardan, in de Noord-Westelijke Grensprovincie (NWFP). Meer dan tachtig procent van hen verbleef bij gastfamilies. Artsen Zonder Grenzen ondersteunde lokale ziekenhuizen en gezondheidscentra bij het opvangen van de enorme toestroom van patiënten.
Het is pijnlijk om de veertien maanden oude Maaz Amankhel te zien kronkelen van de pijn van maagkrampen. De voorbije drie dagen had ze diarree en moest ze braken. Haar uitgeputte moeder probeert haar te troosten. “Bijna iedereen in ons dorp heeft deze ziekte, vooral de kinderen. In onze familie van twintig mensen lijden vijf kinderen eraan.”
Het infuus aan Maaz’ dunne armpje bevat een rehydratatie-oplossing. Ze zal snel weer genezen.
Het is nog maar net negen uur ‘s ochtends, maar de hitte is verstikkend en er staat geen zuchtje wind in Nowshera, een stad in Mardan. In een klein gebouwtje naast het ziekenhuis klinkt het gehuil van kinderen. Hier is de Cholera Treatment Unit gevestigd, waar Maaz op een stretcher ligt in de vrouwenafdeling.
In september 2009 zette Artsen Zonder Grenzen als gevolg van de vele choleragevallen in het gebied de cholera-eenheid op. Het team van Artsen Zonder Grenzen had vastgesteld dat zo’n veertig procent van de cholerapatiënten in Mardan uit Nowshera en omgeving kwam.
Het verhaal van de eenheid deed snel de ronde en de behandelingsruimtes lagen al snel elke dag vol, met verzwakte patiënten die anders misschien gestorven zouden zijn, of die veel geld hadden moeten betalen om naar Mardan-stad te reizen om zich daar te laten behandelen.
De middagzon is verzengend heet boven het Medisch Complex Mardan. De meeste mensen in Mardan blijven binnen. Maar in het choleracentrum met zestig bedden lopen verpleegkundigen en dokters druk van bed naar bed, ondanks de hitte.
In net iets minder dan een week nam het centrum 100 patiënten op – een teken dat de ergste crisis voorbij is. Op het toppunt daarvan, in augustus, waren er meer dan 1.000 patiënten per week.
In de tenten van de cholera-afdeling wordt het gezoem van de grote ventilators onderbroken door de sirene van een ambulance die voor de afdeling stopt. Mudasher, een dertienjarige jongen, wordt binnen gedragen op een stretcher. Hij krijgt meteen een rehydratatie-oplossing te drinken, maar een paar minuten later moet hij alweer braken.
In een andere tent ligt Hussan Asra, 45, moeder van vijf kinderen. Ze is erg zwak en uitgedroogd. Ze kan amper haar hoofd opheffen als ze spreekt.
“Bijna zeventig procent van de patiënten is gedehydrateerd wanneer ze hier aankomen. Dertig procent moet meteen een infuus krijgen. Vaak zoeken de patiënten geen hulp, tot het heel ernstig is. We maken gebruik van de situatie om ook over andere gezondheidsproblemen te praten, want zodra ze geen infuus meer nodig hebben, willen ze naar huis,” zegt dokter Sylke Neuman.
Zij vertelt dat de meerderheid van de patiënten hier vrouwen zijn. Ze zijn er vaak veel erger aan toen dan de mannen. Dat is vaak omdat ze het huis niet mogen verlaten zonder begeleiding. Ze moeten wachten tot hun echtgenoot of een mannelijk familielid hen naar een gezondheidspost brengt.
Maar ook de slechte hygiëne en sanitaire infrastructuur verklaar waarom er zoveel cholera is in Mardan. Sylke legt uit dat primitieve toiletten zonder sceptische tanks de gezondheidsrisico’s aanzienlijk verhogen.
De voorbije maanden is het aantal vluchtelingen langzaam gedaald. Families zijn beginnen terugkeren naar hun huizen in Swat. Asad Ali, die als arts werkt op de spoedafdeling, zegt dat op het hoogtepunt elke dag vijftig mensen zijn afdeling bezochten. Nu komen er nog maar half zoveel mensen, en ze komen bijna allemaal uit Mardan – een andere aanwijzing fat de vluchtelingen weer naar huis keren.
17/02/2010
In het centrum van het district Kurramwordt zwaar gevochten. De bevolking vlucht naar andere delen van het district. Teams van AZG werken er in de ziekenhuizen van Sadda en Alizai.
Artsen Zonder Grenzen - Dupréstraat, 94 1090 Brussel - Tel: 02/474.74.74 - 000-0000060-60
